Eiseres heeft een tweede beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 12 februari 2024. In een eerdere procedure had de rechtbank een beslistermijn van zestien weken opgelegd aan de minister, die niet werd nageleefd. De rechtbank verklaart het tweede beroep ontvankelijk en gegrond.
De rechtbank overweegt dat bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn rekening moet worden gehouden met het '8+8 wekenmodel' van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Gezien de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden acht de rechtbank een kortere termijn passend en legt zij een beslistermijn van acht weken op, ingaande de dag na de uitspraak.
De minister wordt veroordeeld tot het betalen van een dwangsom van €100 per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €233,50 vanwege de beperkte omvang van de werkzaamheden bij een opvolgend beroep.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiseres krijgt gelijk en de minister wordt aangespoord om binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.