ECLI:NL:RBDHA:2026:14809
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en onvoldoende bescherming tegen dreiging in Algerije
Eiser, afkomstig uit Algerije, diende op 26 maart 2026 een asielaanvraag in. Hij stelde dat hij vreest voor een drugsdealer die in 2017 door zijn toedoen in de gevangenis is beland en dat deze persoon en diens vrienden hem bij terugkeer zouden bedreigen. Daarnaast wilde hij naar zijn verloofde in Italië.
Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser geen identificerende documenten overlegde en geen poging deed deze achteraf te verkrijgen, waardoor zijn identiteit ongeloofwaardig werd geacht. Ook vond verweerder de vrees voor de drugsdealer niet zwaarwegend genoeg, mede omdat eiser zich elders in Algerije zou kunnen vestigen en de autoriteiten daar in staat zijn op te treden.
De rechtbank volgde verweerder en oordeelde dat een rijbewijs geen identificerend document is en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.