Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14747

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 juni 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
NL24.34222
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.17 Wet basisregistratie personenArt. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 85 Vw 2000Vluchtelingenverdrag
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank vernietigt afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende onderzoek naar onderscheid OLF en OLA

Eiser, een Ethiopische Oromo, diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen vanwege onvoldoende bewijs van een gegronde vrees voor vervolging. De minister achtte de identiteit van eiser ongeloofwaardig en vond dat de problemen met autoriteiten vanwege familiebanden met OLF niet aannemelijk waren. Ook concludeerde de minister dat eiser niet onder een risicogroep viel, mede omdat hij niet werd geassocieerd met de gewapende tak OLA.

De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de door eiser opgegeven naam en geboortedatum niet konden worden aangenomen, mede omdat de minister zelf deze gegevens had doorgegeven voor registratie. Daarnaast was het referentiekader onjuist omdat de minister uitging van een oudere geboortedatum, wat leidde tot een onjuiste beoordeling van de geloofwaardigheid van de detentie en familieproblemen.

Verder stelde de rechtbank vast dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar het onderscheid tussen de politieke partij OLF en de gewapende tak OLA, terwijl eiser aannemelijk had gemaakt dat het onderscheid diffuus is en dat hij tot een oppositietak behoort die risico loopt op vervolging. Ook werd onvoldoende rekening gehouden met eisers politieke activiteiten in Europa en de monitoring daarvan.

De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf de minister zes weken de tijd om een nieuw besluit te nemen, waarbij de verklaringen van eiser en het onderscheid tussen OLF en OLA zorgvuldig moeten worden betrokken. Tevens werd de minister veroordeeld in de proceskosten van eiser.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt het afwijzingsbesluit en beveelt de minister tot een nieuw besluit binnen zes weken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL24.34222
V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser],

geboren op [geboortedag 1] 2001, van Ethiopische nationaliteit, eiser
(gemachtigde: mr. I.J.M. Oomen),
en
de minister van Asiel en Migratie [1] , de minister
(gemachtigde: mr. N.F. van der Gouw).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
1.1
De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 7 augustus 2024 afgewezen als ongegrond. Ook heeft de minister een terugkeerbesluit uitgevaardigd.
1.2
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3
De rechtbank heeft het beroep op 18 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en zijn gemachtigde, N. Fictoor als tolk in de taal Oromo en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Achtergrond
4. Eiser is geboren in de plaats [geboorteplaats], Ethiopië, en behoort tot de bevolkingsgroep Oromo. In 2015 is eiser uit Ethiopië vertrokken en is hij via verschillende landen, waaronder Italië, Duitsland en België, naar Nederland gereisd. Eiser heeft op 16 januari 2021 asiel aangevraagd. Deze aanvraag is toen niet in behandeling genomen, omdat gebleken is dat eiser op [geboortedag 2] 2015 asiel heeft aangevraagd in Duitsland en Duitsland daarom verantwoordelijk is. Deze beslissing staat in rechte vast. De geplande overdracht nadien op 6 augustus 2021 is niet doorgegaan. Op 29 oktober 2022 heeft eiser in Nederland de asielaanvraag ingediend waar het nu om gaat.
Asielrelaas
5. Eiser heeft aan zijn aanvraag het volgende relaas ten grondslag gelegd. Eiser heeft Ethiopië verlaten vanwege problemen met de autoriteiten door zijn politieke activiteiten en die van zijn familie voor de partij ‘Oromo Liberation Front’ (OLF). Eiser heeft drie keer in de gevangenis gezeten. De eerste keer omdat eiser had gedemonstreerd met zijn klasgenoten om op te komen voor de Oromo. De overige twee keren omdat eisers vader lid is van OLF. De tweede keer heeft eiser anderhalve maand vastgezeten en is hij vrijgekomen vanwege de garantstelling van zijn oom. Na twee maanden werd hij opnieuw vastgezet voor de duur van drie weken, maar mocht daarna wegens medische klachten thuis herstellen. Ook in Europa is eiser actief blijven opkomen voor de belangen van de Oromo. Dit is te zien op verschillende media. Eisers moeder is hierna verschillende keren ondervraagd. Bij terugkeer vreest eiser voor de autoriteiten vanwege het zijn van Oromo en zijn politieke activiteiten voor OLF.
Besluitvorming
6. Volgens de minister bestaat het relaas uit de volgende relevante elementen:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Sympathie voor OLF;
3. Problemen vanwege politieke activiteiten in Ethiopië;
4. Problemen vanwege betrokkenheid van familieleden bij OLF.
6.1.
De minister heeft eisers nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht, maar zijn identiteit niet. Eiser heeft namelijk verklaard
[eiser]te heten en op [geboortedag 1] 2001 te zijn geboren, zonder dit met documenten aan te tonen, terwijl eiser in Duitsland geregistreerd staat met de naam
[naam]met geboortedatum [geboortedag 2] 1996 en er daar meerdere aliassen bekend zijn. De minister gaat uit van de registratie in Duitsland. Dit kan echter in de besluitvorming niet worden aangepast nu eiser in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) geregistreerd staat met de door hem gestelde naam en geboortedatum.
6.2.
De minister heeft geloofwaardig geacht dat eiser sympathisant is voor OLF en problemen heeft ondervonden in Ethiopië vanwege zijn politieke activiteiten, namelijk dat eiser in 2014 zeven dagen heeft vastgezeten vanwege de demonstratie met zijn klasgenoten. De minister heeft niet geloofwaardig geacht dat eiser problemen heeft ondervonden vanwege de betrokkenheid van eisers familieleden bij OLF. De minister vindt dat eiser inconsistent en ongerijmd heeft verklaard over zijn vader en broers. De minister ziet niet in dat de vader tot eisers vertrek uit Ethiopië contact had met eisers moeder, maar dat eiser hem na zijn zevende of achtste jaar nooit meer gezien heeft. Ook heeft eiser tegenstrijdig verklaard over hoeveel broers om politieke redenen in de problemen zijn geraakt. De minister acht daarbij de verklaringen over eisers detentie niet aannemelijk. Het is volgens de minister niet aannemelijk dat eiser na de tweede keer detentie dankzij de garantstelling van zijn oom na twee maanden om dezelfde reden weer is vastgezet. Daarnaast volgt de minister eisers verklaring niet dat hij eerst in detentie werd mishandeld om vervolgens vijf maanden lang thuis te mogen herstellen.
6.3.
Volgens de minister leiden de geloofwaardig geachte elementen niet tot een gegronde vrees voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag [2] of een reëel risico op ernstige schade op grond van artikel 3 van Pro het EVRM [3] . De problemen hebben zich tien jaar geleden afgespeeld. Inmiddels is erg veel veranderd in de politieke situatie en de verhoudingen in Ethiopië. Niet is gebleken dat de autoriteiten, onder leiding
van Abiy Ahmed, die zelf een Oromo is, een bovengemiddeld negatieve houding jegens de Oromo-bevolking er op na houden. Eiser kan volgens de minister niet in verband worden gebracht met het niet-vreedzame OLF-Shene (OLA), maar enkel met de vreedzame tak OLF. Eiser valt volgens de minister niet onder een risicogroep, omdat niet is gebleken dat eiser significante kritiek heeft geuit. Niet is gebleken dat eiser een noemenswaardige rol heeft gehad tijdens demonstraties in Europa. Ook hebben de Youtube-video’s die zijn overgelegd zeer weinig views. Daarnaast zijn eisers verklaringen dat zijn moeder zou zijn benaderd door de autoriteiten volgens de minister summier. Dit gebeurt volgens het Algemeen Ambtsbericht Ethiopië 2024 met name bij politici of journalisten. Ook blijkt uit het ambtsbericht dat het monitoren van oppositie in het buitenland niet behoort tot de prioriteiten van de overheid.
Heeft de minister eiser zijn identiteit ongeloofwaardig kunnen achten?
7. Eiser stelt zich allereerst op het standpunt dat zijn identiteit ten onrechte ongeloofwaardig is geacht. Het is tegenstrijdig dat de minister aan de ene kant niet tegenwerpt dat er meerdere aliassen van hem in Duitsland bekend zijn, maar vervolgens wel dat hij eisers gestelde naam niet volgt. Onduidelijk is welke gegevens de minister juist acht. Het is voor eiser ook niet duidelijk of de minister twijfelt aan het geboortejaar 2001, welk jaar staat opgenomen in het bestreden besluit. Eiser wijst erop dat de minister deze geboortedatum zelf heeft doorgegeven aan de burgemeester met het formulier ‘Mededeling conform artikel 2.17 Wet basisregistratie personen’.
7.1.
Op basis van de bewoordingen in het bestreden besluit en de verduidelijking van de minister op zitting, begrijpt de rechtbank dat de minister niet twijfelt aan de verschillende aliassen van eiser die in Duitsland bekend zijn. Eiser heeft hier een afdoende verklaring voor gegeven, namelijk dat het slechts gaat om de volgorde van de namen. Voor de minister zit de tegenstrijdigheid hem in de verschillende geboortedata, die erg van elkaar afwijken. Volgens de minister kan van eiser meer worden verwacht wat betreft het aanleveren van documenten en uitleg geven, om aan te tonen dat de door zijn gestelde identiteit juist is.
7.2.
De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet kan worden uitgegaan van de door eiser opgegeven naam en geboortedatum. De rechtbank is het met eiser eens dat het tegenstrijdig is dat de minister enerzijds in de besluitvorming uitgaat van deze gegevens, nadat hij voor registratie van eiser in het BRP zelf een verklaring op grond van artikel 2.17 van de Wet basisregistratie personen heeft afgegeven aan de burgemeester. Terwijl de minister anderzijds blijft vasthouden aan de registratie in Duitsland. Verder is de rechtbank van oordeel dat eiser een plausibele verklaring heeft gegeven voor zijn gestelde naam en leeftijd en ziet zij, alles in onderlinge samenhang bezien, geen aanleiding om daaraan te twijfelen. In dit verband acht de rechtbank van belang dat eiser al in de correcties en aanvullingen op het aanmeldgehoor heeft verklaard dat hij in Ethiopië geen identiteitskaart kon verkrijgen, omdat hij bij de eerste aanvraag te jong werd geacht en de tweede aanvraag zonder opgave van redenen is afgewezen. Daarnaast is in de zienswijze naar voren gebracht dat zijn leeftijd in Duitsland niet werd geloofd. De rechtbank wijst erop dat het vaste jurisprudentie van de Afdeling [4] is dat de minister zonder nader onderzoek niet zonder meer mag uitgaan van een leeftijdsregistratie in een andere lidstaat. [5] In dat licht acht de rechtbank ook relevant dat eiser ter zitting heeft verklaard dat hij in 2015 in Duitsland is aangekomen en daar in de minderjarigenopvang verbleef. Onder deze omstandigheden kan de minister niet volstaan met een verwijzing naar de verschillende geregistreerde geboortedata van eiser in Duitsland op grond waarvan eiser meerderjarig zou zijn, te meer nu deze data erop wijzen dat eiser aanzienlijk ouder zou zijn dan volgt uit de verklaringen en stukken in het dossier. De beroepsgrond slaagt.
Heeft de minister de problemen vanwege de betrokkenheid van eisers familieleden ongeloofwaardig kunnen achten?
8. Eiser voert aan dat de minister van een onjuist referentiekader is uitgegaan, nu eiser volgens de in het bestreden besluit opgenomen geboortedatum pas dertien jaar was toen hij Ethiopië verliet. Verder betoogt eiser dat hij niet bevreemdend heeft verklaard over zijn vader. Uit de verklaringen van eiser blijkt dat vader vocht en zich altijd moest verstoppen. Soms bezocht hij, gedurende de nacht, zijn echtgenote. Het is niet bevreemdend dat de autoriteiten het kind van een OLF-lid gijzelen in de hoop dat hij zich meldt.
8.1.
De rechtbank stelt voorop dat, gelet op wat is overwogen onder 7.2., de minister bij de beoordeling van het asielrelaas is uitgegaan van een onjuiste geboortedatum (1996) in plaats van de door eiser gestelde geboortedatum (2001). Dit zou betekenen dat eiser in plaats van achttien jaar oud, dertien jaar oud was ten tijde van zijn vlucht uit Ethiopië. Dit betekent dat de minister is uitgegaan van een onjuist referentiekader, wat een motiveringsgebrek oplevert.
8.2.
De rechtbank acht daarbij het standpunt van de minister dat het ongeloofwaardig zou zijn dat eiser tweemaal is gedetineerd vanwege de betrokkenheid van zijn vader bij de OLF-beweging onvoldoende gemotiveerd. Eiser heeft verklaard dat zijn grootvader betrokken was bij OLF en is vermoord, waarna zijn vader deze activiteiten heeft voortgezet en de lokale voorzitter van OLF was. Eisers vader zou behoren tot de gewapende tak. De rechtbank stelt vast dat de minister deze verklaringen in het bestreden besluit weliswaar tweemaal benoemt, maar deze nergens betwist. In dit verband acht de rechtbank van belang dat eiser heeft verwezen naar recente informatie van Vluchtelingenwerk, waaruit blijkt dat:

Een harde aanpak in een oorlogsgebied betekent dat er massale arrestaties plaatsvinden en dat familieleden van personen van wie de autoriteiten vermoeden dat ze sympathiseren met of lid zijn van het gewapende verzet, worden opgesloten.” [6]
Tegen deze achtergrond acht de rechtbank de stelling van de minister dat het niet aannemelijk is dat eiser na zijn invrijheidstelling twee maanden later opnieuw is opgepakt en na zijn tweede detentie vijf maanden thuis mocht herstellen, onvoldoende om de problemen ongeloofwaardig te achten. Uit de overgelegde landeninformatie blijkt immers dat sprake is van vervolging van personen die gelieerd worden aan de gewapende tak van OLF en dat ook familieleden doelwit kunnen zijn van de autoriteiten. De beroepsgrond slaagt.
Heeft de minister de risico’s bij terugkeer deugdelijk beoordeeld gelet op het onderscheid tussen OLA en OLF?
9. Eiser stelt zich op het standpunt dat hij bij terugkeer naar Ethiopië een gegronde vrees heeft voor vervolging door de autoriteiten dan wel een reëel risico op ernstige schade loopt vanwege zijn politieke overtuiging. Volgens eiser is het onderscheid tussen OLA en OLF diffuus, en heeft de minister onvoldoende onderzoek gedaan tot welke tak van OLF eiser behoort. Niet alleen OLA leden/sympathisanten worden gedetineerd, bedreigd of geïntimideerd, dat gebeurt ook nog steeds met andere OLF leden. Eiser verwijst hiervoor naar verschillende landeninformatie [7] . De minister heeft zich geen rekenschap gegeven van het feit dat slechts een deel van OLF de samenwerking is aangegaan met de regering, maar dat ook nog een deel zich verzet en dicht in de buurt zit van OLA. Daarbij is ook van belang dat de controle van de bevolking van Ethiopië is toegenomen, onder andere via burgerinformanten en elektronische controle van sociale media. De verklaringen van eiser dat zijn moeder is aangesproken op de sociale media activiteiten van eiser moeten ook in dat licht worden bezien. Dat eiser op dit moment nog niet is benaderd, is geen betrouwbare indicatie. Eiser heeft verklaard dat hij van plan is bij terugkeer zich kritisch te blijven uiten. Ook heeft de minister miskent dat het bereik op Facebook veel groter is dan op Youtube. Juist omdat eiser stamt uit een geslacht van ‘die-hard OLF-aanhangers’, meent hij dat hij bij terugkeer de aandacht zal trekken.
9.1.
De minister stelt zich op het standpunt dat uit het Algemeen Ambtsbericht van Ethiopië van januari 2024 blijkt dat leden en sympathisanten van politieke oppositiepartijen zoals OLF als zodanig geen problemen hebben te vrezen met de federale autoriteiten. In de beslisnota bij Kamerbrief inzake het landenbeleid Ethiopië van 2 april 2024 is onderscheid gemaakt tussen OLF en OLF Shene/OLA. Eiser heeft geen bijzondere en individuele omstandigheden aangedragen die maken dat eiser in verband kan worden gebracht met OLA, nu of in de toekomst. Eiser miskent dat ambtshalve bekend is dat de regering OLF in juli 2018 van haar lijst van aangewezen terroristische organisaties heeft geschrapt, terwijl OLF in mei 2021 als een officiële politiek partij is erkend. Indien eiser stelt dat hij zichzelf wel tot de ‘tak’ OLA rekent, wijst de minister erop dat OLA zich schuldig maakt aan mensenrechtenschendingen en dat het niet onlogisch is dat autoriteiten personen die tot die tak behoren willen vervolgen.
9.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister onvoldoende onderzoek gedaan naar het onderscheid tussen OLF en OLA en de risico’s die eiser daardoor loopt bij terugkeer. De minister gaat er vanuit dat eiser sympathisant is van de inmiddels legale politieke partij OLF en dat hij niet betrokken is bij de door de Ethiopische regering als terroristische organisatie aangemerkte OLF-Shene/OLA. Eiser heeft zich echter gemotiveerd op het standpunt gesteld dat het onderscheid tussen OLF en OLA diffuus is. Ter zitting heeft eiser toegelicht dat OLF jarenlang verboden is geweest, maar uiteindelijk in 2018/2019 niet meer werd beschouwd als terroristische organisatie en werd toegelaten tot de politiek. De partij raakte daarna teleurgesteld dat het niet ging zoals werd gehoopt, waarna de partij versplinterd raakte. Na een bijeenkomst in het Hilton hotel versplinterde de partij, en ging een deel door naar de Prosperity Party, maar alle andere takken pakten na de teleurstelling de wapens weer op. De rechtbank leest dit terug in het door eiser overgelegde Noorse Landinfo rapport van 24 februari 2023. [8] De rechtbank leest in ditzelfde rapport ook nog het volgende:

As of today, OLF and OLA appears to have merged again and publish joint press releases under the name OLF-OLA High Command (Oromo Liberation Front - Oromo Liberation Army 2023).” [9]
Ook heeft eiser gewezen op de brief van Vluchtelingenwerk van 12 juli 2024. Daarin staat vermeld dat in veel gevallen de Ethiopische regering steun aan de politieke partij OLF interpreteert als steun aan de gewapende groep OLA. De minister heeft door enkel te verwijzen naar het Algemeen Ambtsbericht van januari 2024 en de Beslisnota onvoldoende onderbouwd waarom OLF en OLA, in tegenstelling tot wat eiser aanvoert, wel als afzonderlijke organisaties moeten worden aangemerkt. Bovendien heeft eiser al in de zienswijze erop gewezen dat dit beeld ook niet eenduidig uit de ambtsberichten volgt. Zo staat in het Algemeen Ambtsbericht van november 2022 dat er ‘verschillende OLF’s’ bestaan en meerdere personen het leiderschap van de partij claimden. [10] Ook zouden er verschillende politieke fracties van de partij zijn en daarnaast nog een gewapende tak die zichzelf OLA noemt. Deze gewapende tak heeft zich van de politieke tak van OLF afgescheiden. Verder staat in het ambtsbericht dat leden van OLF die zich aan de zijde van de regeringspartij hebben geschaard hun politieke activiteiten konden uitoefenen, maar dat OLF-ers van een andere fractie binnen de partij die oppositie voeren tegen de regering, het risico lopen om gedetineerd te worden of anderszins problemen te krijgen met de autoriteiten, zoals intimidatie en bedreiging. Ook is in dit ambtsbericht, en in het recentere ambtsbericht van 2024, te lezen dat een groot deel van de hogere partijleden en het middenkader van OLF in detentie zit en blijft zitten.
9.3.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de minister in zijn besluitvorming is uitgegaan van een te ongenuanceerd beeld. Dit brengt mee dat de minister nader onderzoek dient te verrichten naar de positie van de kant van OLF die zich niet aan de kant van de regeringspartij heeft geschaard, maar oppositie voert tegen de regering. De rechtbank acht op basis van eisers verklaringen voldoende aannemelijk dat eiser tot deze tak behoort. Eiser heeft in het nader gehoor verklaard dat zijn mening heel kritisch naar de autoriteiten toe is, hij vanuit Nederland nog steeds oppositie voert en heeft verklaard zich ook bij terugkeer nog steeds kritisch te willen uiten. [11] De minister heeft gelet op het voorgaande geen deugdelijke beoordeling gemaakt van het risico op vervolging bij terugkeer. De opmerking van de minister in het verweerschrift dat, voor zover eiser zich rekent tot deze tak, OLA zich schuldig maakt aan mensenrechtenschendingen en het niet onlogisch is dat autoriteiten personen die tot die tak behoren willen vervolgen, acht de rechtbank geen deugdelijke beoordeling van de risico’s die eiser loopt bij terugkeer. De minister dient hier dus opnieuw naar te kijken. Daarbij dient hij ook nader te motiveren of de informatie met betrekking tot de verwevenheid tussen OLF en OLA er toe kan leiden dat eiser om die reden wel binnen het in het Vreemdelingencirculaire 2000 aangegeven risicoprofiel valt en of dit kan leiden tot vrees bij terugkeer vanwege de aangenomen gradatie van willekeurig geweld voor de herkomstregio (Oromia) van eiser.
9.4.
Tot slot is van belang dat eiser ook vanuit Europa actief is gebleven in het behartigen van de belangen van de Oromo, onder meer via verschillende (sociale) media. Eiser heeft verklaard dat zijn moeder naar aanleiding hiervan meermalen door de autoriteiten is ondervraagd. In dat verband dient de minister kenbaar te betrekken dat eiser heeft gewezen op landeninformatie waaruit blijkt dat elektronische monitoring, waaronder van sociale media, plaatsvindt.

Conclusie en gevolgen

10. Concluderend oordeelt de rechtbank dat de minister het bestreden besluit op onvoldoende zorgvuldige wijze heeft voorbereid en ondeugdelijk heeft gemotiveerd. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De minister zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. Bij een nieuw te nemen besluit dient de minister eisers verklaringen kenbaar vanuit het referentiekader te beoordelen dat eiser minderjarig was ten tijde van zijn vlucht en problemen in Ethiopië. Ook dient de minister nader onderzoek te verrichten naar het onderscheid tussen OLF en OLA en de risico’s die eiser daardoor loopt bij terugkeer. De rechtbank stelt voor het nieuw te nemen besluit een termijn van zes weken.
11. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroep tegen het bestreden besluit en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,00,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank,
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;
-veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,- .
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.F.J. Bernt, rechter, in aanwezigheid van mr. I.I. Mooij, griffier.

Informatie over het hoger beroep

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van Pro de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van Pro de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Verdrag betreffende de status van vluchtelingen.
3.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
4.Afdeling bestuursrecht van de Raad van State.
6.Brief Vluchtelingenwerk van 26 januari 2026: ‘Ethiopië – Positie leden en sympathisanten OLF’.
7.Informatie van UK Home Office van maart 2022, “Country policy and information note: Oromos, the Oromo Liberation Front and the Oromo Liberation Army, Ethiopia”, informatie van VluchtelingenWerk Nederland van 15 januari 2024 en 13 februari 2024, en Landinfo’ van de Noorse autoriteiten van 24 februari 2023, ‘Report Ethiopia: Armed conflict and political opposition in Oromia’.
8.Pagina’s 9-15.
9.Pagina 10 van het rapport.
10.Pagina’s 68 en 69.
11.Verslag nader gehoor, pagina 27.