Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres],
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
“Als mijn dochter wil werken moet ze hard werken en geen eerlijk of fijn werk. Stel ze gaat zwart werk doen in een bar of restaurant, betalen ze zo weinig zwart dat het niet loont.”Op basis hiervan vraagt de minister zich af of eiseres inderdaad niet kan werken of dat niet wil, omdat het niet loont, om daarmee in haar eigen onderhoud te kunnen voorzien. Volgens de minister is de feitelijke gezinsband verbroken. Niet is gebleken dat eiseres noodgedwongen was te vluchten. Ook is niet gebleken dat referent gedurende zijn periode in Turkije enige moeite heeft gedaan zich te herenigen met eiseres, terwijl gesteld is dat het contact in maart/april 2019 al hersteld was. De verwijzing naar het arrest XC en de Afdelingsuitspraak van 20 november 2024 leidt niet tot een ander oordeel. Dit omdat de minister conform deze uitspraken stelt een integrale beoordeling te hebben gemaakt waarbij zowel eerdere als latere feiten en omstandigheden zijn betrokken en een eerdere periode zonder afhankelijkheid niet doorslaggevend is geacht.