ECLI:NL:RBDHA:2026:14729
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens interstatelijk vertrouwensbeginsel
De rechtbank Den Haag beoordeelt het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Letland verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest in Letland, onderbouwd met persoonlijke ervaringen zoals detentie en gebrek aan opvang.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Letland een fundamentele systeemfout vertoont die het interstatelijk vertrouwensbeginsel doorbreekt, zoals vereist volgens het Jawo-arrest. De verklaringen over detentie zijn onvoldoende onderbouwd en er is geen bewijs over de kwaliteit van de asielprocedure of opvang in Letland. Bovendien is eiser niet eerder als Dublinclaimant aan Letland overgedragen en is de overdracht gereguleerd via het claimakkoord.
De rechtbank stelt dat eiser niet als bijzonder kwetsbaar kan worden beschouwd, ondanks zijn minderjarigheid tijdens de gebeurtenissen, omdat hij nu meerderjarig is en geen bewijs heeft geleverd van bijzondere kwetsbaarheid. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.