Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het Centraal Administratiekantoor (CAK), verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
S.C.M. Lodder, griffier.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Centraal Administratiekantoor (CAK) van 13 januari 2026. Uit het dossier blijkt dat eiser onder bewind staat bij Fidinda CBM B.V., waarbij de kantonrechter te Leiden op 18 maart 2015 bewind heeft ingesteld wegens lichamelijke of geestelijke toestand.
Volgens artikel 8:21 Awb Pro moeten natuurlijke personen die onbekwaam zijn om in rechte te staan, vertegenwoordigd worden door hun vertegenwoordiger. Eiser heeft echter zonder toestemming of volmacht van zijn bewindvoerder het beroep ingesteld. De rechtbank heeft de bewindvoerder gevraagd om instemming, maar deze heeft verklaard geen toestemming te geven vanwege de geestelijke toestand van eiser.
De rechtbank concludeert dat eiser niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen en dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 22 mei 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van toestemming van de bewindvoerder.