ECLI:NL:RBDHA:2025:22870
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beroep wegens onbekwaamheid en gebrek aan toestemming van de bewindvoerder
In deze zaak heeft eiser, die onder bewind staat, beroep ingesteld tegen een besluit van het Centraal Administratiekantoor (CAK). De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser onbekwaam is om beroep in te stellen en dat zijn bewindvoerder geen volmacht of toestemming heeft gegeven voor het indienen van het beroep. Dit leidt tot de conclusie dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. De rechtbank heeft de zaak zonder zitting beoordeeld op basis van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft de bewindvoerder gevraagd of zij instemt met het beroep van eiser, maar er is geen toestemming verleend. Eiser is niet in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen, wat zijn onbekwaamheid bevestigt. De rechtbank heeft daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meessen op 4 december 2025, en een afschrift is verzonden aan de betrokken partijen.