In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing van het UWV op zijn bezwaar tegen de afwijzing van een WIA-uitkering. De rechtbank Den Haag constateert dat het UWV de beslistermijn van negen weken, zoals voorgeschreven in artikel 8:55d Awb, heeft overschreden.
Het UWV gaf als reden voor de vertraging een structureel tekort aan verzekeringsartsen, wat de rechtbank als een bijzonder geval kwalificeert. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin een termijn van zes weken voor de medische beoordeling en drie weken voor de beslissing werd vastgesteld, tezamen een maximale termijn van negen weken na verzending van de uitspraak.
De rechtbank wijst het verzoek van het UWV af om een langere beslistermijn van 30 weken toe te passen, omdat het UWV dit niet voldoende heeft onderbouwd. De rechtbank legt het UWV op binnen negen weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en stelt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 vast. Tevens wordt het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiser vergoed.