In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het UWV op 6 juni 2025 een besluit genomen dat eiser niet in aanmerking komt voor een WIA-uitkering. Eiser maakte bezwaar, maar het UWV heeft niet tijdig op het bezwaar beslist. De rechtbank ontving het beroepschrift op 13 april 2026 en constateerde dat de beslistermijn was overschreden, waardoor het beroep gegrond werd verklaard.
Het UWV gaf aan dat het tekort aan verzekeringsartsen de vertraging veroorzaakte. De rechtbank erkent dit als een bijzonder geval conform artikel 8:55d Awb, maar handhaaft de beslistermijn van negen weken na verzending van de uitspraak, waarbij zes weken zijn gereserveerd voor de medische beoordeling en drie weken voor het besluit. De rechtbank wijst erop dat het UWV nog geen datum voor de medische beoordeling heeft vastgesteld.
De rechtbank legt het UWV op binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen en stelt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 vast voor elke dag overschrijding. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed en worden proceskosten van €467 toegewezen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar.