ECLI:NL:RBDHA:2026:1459
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot toelating WSNP en afwijzing eerdere ingangsdatum
Verzoeksters bevinden zich in een problematische schuldensituatie en hebben verzocht tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 12 januari 2026 en beoordeelt of aan de voorwaarden voor toelating is voldaan.
De rechtbank oordeelt dat verzoeksters voldoen aan de eisen voor toelating tot de WSNP, waaronder het te goeder trouw zijn bij het ontstaan van de schulden en de verwachting dat zij aan de verplichtingen zullen voldoen. De WSNP-termijn wordt vastgesteld op achttien maanden vanaf 19 januari 2026, met een postblokkade van dertien maanden.
Verzoeksters hebben tevens verzocht om een eerdere ingangsdatum van 6 februari 2025, gebaseerd op het minnelijk traject van schuldhulpverlening. De rechtbank wijst dit verzoek af omdat niet is gebleken dat zij zich voldoende hebben ingespannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Medische stukken die arbeidsongeschiktheid zouden aantonen ontbreken, en verklaringen van schuldhulpverlening zijn onvoldoende.
De rechtbank benoemt een rechter-commissaris en bewindvoerder en stelt dat alle gelegde beslagen komen te vervallen. De bewindvoerder krijgt opdracht om de post van verzoeksters te beheren gedurende de postblokkade. Verzoeksters kunnen binnen acht dagen hoger beroep instellen tegen de afwijzing van de eerdere ingangsdatum.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de WSNP wordt toegewezen, verzoek om eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.