Eiser, een Syrische nationaliteit dragende vreemdeling, kreeg een afgeleide verblijfsvergunning asiel na nareisprocedure. De minister trok deze vergunning met terugwerkende kracht in wegens het verstrekken van onjuiste gegevens over zijn burgerlijke staat en geloofwaardigheidsproblemen rond zijn herkomst en dienstweigering.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de intrekking baseerde op onjuiste of achtergehouden informatie over het huwelijk van eiser, maar dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is omtrent het risico op ernstige schade bij terugkeer naar Syrië vanwege dienstweigering. De minister had onvoldoende rekening gehouden met het feit dat eiser illegaal uit Syrië is vertrokken en dat de dienstplicht na de val van het Assad-regime is afgeschaft.
De rechtbank vernietigt het besluit wegens gebrekkige motivering, maar laat de rechtsgevolgen in stand omdat de gewijzigde situatie in Syrië het risico op vervolging vermindert. Ook wijst de rechtbank het beroep op risico op willekeurig geweld af, omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt waar hij verbleef en geen hogere gradatie van geweld in geheel Syrië is vastgesteld.
Het opleggen van een terugkeerbesluit en inreisverbod wordt bevestigd, omdat geen sprake is van strijd met non-refoulement of gezinsleven. De minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.