Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist op zijn asielaanvraag van 28 september 2025. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoek van eiser op 1 april 2026 niet binnen twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt een nieuwe beslistermijn van zestien weken opgelegd, het zogenaamde '8+8 wekenmodel'. De minister wordt opgedragen binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €467. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.