Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14475

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
NL22.13433
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij vertrek vreemdeling

De rechtbank Den Haag heeft op 27 mei 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 7 juli 2022.

De rechtbank stelde ambtshalve de vraag of eiser nog procesbelang had bij de behandeling van het beroep. Uit de stukken bleek dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken en geen contact meer onderhield met zijn gemachtigde. De minister en gemachtigde bevestigden dat eiser geen prijs meer stelde op de aanvankelijk gezochte bescherming.

Op grond van vaste rechtspraak geldt dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep, tenzij hij laat weten contact te onderhouden met zijn gemachtigde. Gezien het ontbreken van contact en het vertrek van eiser, concludeerde de rechtbank dat het procesbelang ontbrak.

Daarom kwam de rechtbank niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter R.H.G. Odink.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL22.13433
V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. C. Chen),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. Scholtens).

Procesverloop

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de minister van 7 juli 2022.
1.1.
Op 27 oktober 2025 heeft de gemachtigde van eiser verzocht aan de rechtbank om zonder zitting uitspraak te doen. De minister heeft op 5 november 2025 aangegeven daarmee akkoord te gaan.
1.2.
De rechtbank heeft op 12 mei 2026 het onderzoek gesloten en doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Procesbelang
2. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser nog procesbelang heeft bij behandeling van zijn beroep. Procesbelang is het belang dat een belanghebbende heeft bij de uitkomst van een procedure. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling [2] volgt dat sprake is van procesbelang als het doel dat een belanghebbende voor ogen staat, met het door hem aangewende rechtsmiddel kan worden bereikt en dit doel voor de belanghebbende van feitelijke betekenis is.
3. De rechtbank stelt vast dat de gemachtigde van eiser op 25 maart 2024 in de beroepsgronden aan de rechtbank heeft laten weten dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser is per bericht op 27 februari 2024 hiervan op de hoogte gesteld door Vluchtelingenwerk in Den Helder. De minister heeft in een bericht van 27 maart 2024 laten weten dat ervan uit kan worden gegaan dat eiser geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming en dat eiser geen belang meer heeft bij het behandelen van het beroep. Gemachtigde heeft meermaals geprobeerd om contact te krijgen met eiser. Op 25 oktober 2025 en op 12 februari 2026 heeft de gemachtigde in een bericht aan de rechtbank laten weten nog steeds geen contact te hebben met eiser.
4.1.
Als een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder te laten weten waar hij verblijft, moet er in beginsel van worden uitgegaan dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. Dit volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling. [3] In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep. Dit is slechts anders als de vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming.
4.2.
Gezien de hiervoor genoemde omstandigheden en gezien de aangeleverde informatie van de gemachtigde van eiser dat hij geen contact meer met eiser heeft, neemt de rechtbank aan dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en dat hij geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
5. Aan een inhoudelijke beoordeling komt de rechtbank dus niet toe.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiser krijgt daarom geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.G. Odink, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Waal, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk.
2.De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
3.Zie de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.