ECLI:NL:RBDHA:2026:14471
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.G. Vegter
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens niet-ontvankelijkheid
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende een opvolgende asielaanvraag in die door de minister op 1 februari 2026 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van nieuwe relevante elementen. Eiser stelde dat de minister ten onrechte niet het volledige medische dossier had betrokken en dat artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) ambtshalve had moeten worden toegepast voor uitstel van vertrek.
De rechtbank oordeelde dat de minister op grond van artikel 6.1e van het Vreemdelingenbesluit 2000 niet verplicht was om bij een opvolgende asielaanvraag ambtshalve te beoordelen of artikel 64 Vw Pro 2000 van toepassing was. De verwijzingen van eiser naar werkinstructies en eerdere uitspraken waren onvoldoende om dit oordeel te wijzigen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, aangezien de beslissing op het beroep nu is genomen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.