In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, is het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie gegrond verklaard. Eiser had eerder een asielaanvraag ingediend op 30 november 2022, maar de minister had niet binnen de gestelde termijn van acht weken een besluit genomen. De rechtbank had eerder al bepaald dat de minister een dwangsom van € 100,- per dag moest betalen voor elke dag dat de beslistermijn werd overschreden, met een maximum van € 7.500,-. In deze procedure heeft de rechtbank vastgesteld dat de minister opnieuw niet tijdig heeft beslist en dat er geen nieuwe ingebrekestelling nodig was voor het tweede beroep. De rechtbank oordeelt dat de minister binnen vier weken na de uitspraak een besluit moet nemen, en legt een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet de minister de proceskosten van eiser vergoeden, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is openbaar gemaakt op 7 januari 2026.