Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14050

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
C/09/684035 / FA RK 25-3015
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:93 BWArt. 1:94 BWArt. 1:100 BWArt. 3:185 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met nevenvoorzieningen en zorgregeling voor minderjarige kinderen

Partijen zijn gehuwd sinds 2007 en hebben drie kinderen, waarvan twee minderjarig. De vrouw verzoekt echtscheiding met nevenvoorzieningen, waaronder vaststelling van hoofdverblijfplaats, zorgregeling, kinderalimentatie en verdeling van de huwelijksgemeenschap. De man is niet verschenen en voert geen verweer.

De rechtbank stelt vast dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en wijst het verzoek tot echtscheiding toe. De hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen wordt bij de vrouw vastgesteld, die tevens de echtelijke woning mag blijven bewonen. De zorgregeling bepaalt dat de man de zorg om de veertien dagen van vrijdagavond tot zondagmiddag op zich neemt zodra hij een eigen woonruimte heeft gevonden.

De kinderalimentatie wordt vastgesteld op €442 per maand per kind tot het moment dat de man een eigen woonruimte heeft, daarna €281 per kind per maand. De draagkracht van partijen is berekend op basis van hun netto besteedbaar inkomen. De huwelijksgemeenschap wordt bij helfte verdeeld, waarbij de vrouw de woning kan overnemen tegen taxatiewaarde, met voorwaarden voor medewerking van de man. De inboedel wordt aan de vrouw toegewezen zonder verrekening. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit, stelt de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen bij de vrouw vast, regelt de zorgregeling en kinderalimentatie, en bepaalt de verdeling van de huwelijksgemeenschap inclusief woning en inboedel.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-3015
Zaaknummer: C/09/684035
Datum beschikking: 28 april 2026

Echtscheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 23 april 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw]

,
wonende op een bij de rechtbank bekend geheim adres,
advocaat: mr. L. da Silva te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man]

,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het bericht van 29 april 2025 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
  • het bericht van 12 mei 2025 van de zijde van de vrouw, met bijlagen;
  • het bericht van 18 juni 2025 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
  • het bericht van 19 juni 2025 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
  • het bericht van 24 juli 2025 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
  • het bericht van 11 augustus 2025 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
  • het bericht van 11 november 2025 van de zijde van de vrouw;
  • het bericht van 27 maart 2026 van de zijde van de vrouw, met bijlagen.
Op 30 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank bij het Wijkcentrum in [wijk] behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
De man is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet op de zitting verschenen.
De inmiddels meerderjarige [jongmeerderjarige] heeft in een gesprek met de kinderrechter zijn mening kenbaar gemaakt. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2007 te [plaats 1] .
- Zij zijn de ouders van de volgende (minderjarige) kinderen:
- [jongmeerderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats] .
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven op dit moment in de echtelijke woning en [jongmeerderjarige] verblijft bij de tante van de man.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarige kinderen uit.
- Deze rechtbank heeft op 19 september 2025 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende dat voor de duur van de echtscheidingsprocedure:
- de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning en beveelt mitsdien dat de man de woning moet verlaten en niet verder mag betreden;
- de minderjarige kinderen aan de vrouw zullen worden toevertrouwd.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot echtscheiding met nevenvoorzieningen tot:
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw;
- vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over de kinderen, in die zin dat de man eens in de veertien dagen van vrijdag 18.00 uur tot zondag 17.00 uur de zorg over de kinderen draagt, waarbij de man de kinderen ophaalt en brengt, alsmede dat de vakanties en feestdagen in onderling overleg bij helfte tussen partijen worden verdeeld, althans een regeling die de rechtbank in goede justitie juist acht;
- vaststelling van kinderalimentatie van een nader te specificeren bedrag per maand per kind, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, en vermeerderd met iedere uitkering die hem op grond van de geldende wetten of andere regelingen voor die minderjarigen zal of kan worden verleend;
- de bepaling dat als de man medewerking dient te verlenen aan taxatie van de woning en dat de taxatiewaarde gevolgd dient te worden door partijen en deze beschikking in de plaatst treedt van toestemming van de man indien hij zijn medewerking niet verleend;
- de bepaling dat de vrouw jegens de man bevoegd is tot bewoning van de echtelijke woning te [plaats 2] aan [adres] en dat de man binnen drie maanden na de datum van de echtscheidingsbeschikking zijn medewerking dient te verlenen aan de notariële levering van de woning aan de vrouw, waarbij de vrouw de man zal doen ontslaan uit de hypothecaire aansprakelijkheid en een
over- /onderwaarde bij helfte zal worden verdeeld;
- de bepaling dat ingeval de man niet meewerkt aan de levering van genoemde onroerende zaak, de in deze zaak te wijzen beschikking in de plaats treedt van de voor het opmaken van de notariële koop- en leveringsakte vereiste wilsverklaring, medewerking en/of handtekening van de man voor eigendomsoverdracht en levering van de woning;
- de bankrekening van toe te delen aan de partij op wiens naam de bankrekening is gesteld, zonder nadere verrekening,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man heeft geen verweer gevoerd.
Op de zitting heeft de vrouw de verzoeken ten aanzien van de zorgregeling en de kinderalimentatie die betrekking hebben op [jongmeerderjarige] ingetrokken, omdat hij gedurende de procedure meerderjarig is geworden. De rechtbank heeft hier niets meer op te beslissen.

Beoordeling

Echtscheiding
Ontvankelijkheid
Partijen hebben geen ouderschapsplan ingediend zoals wettelijk is vereist. Toch zal de rechtbank het verzoek tot echtscheiding beoordelen, omdat het partijen niet gelukt is om ten aanzien van de zorg voor de kinderen tot overeenstemming te komen.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als niet weersproken en op de wet gegrond kan worden toegewezen.
Hoofdverblijfplaats kinderen
De vrouw verzoekt de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar te bepalen. De minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven in de echtelijke woning, waar de ouders nu nog samen verblijven maar geschieden van elkaar leven. De vrouw wil de echtelijke woning overnemen en daar met de kinderen blijven wonen. De kinderen hebben er daarom belang bij dat hun hoofdverblijf in de echtelijke woning bij de vrouw wordt bepaald. De man heeft hiertegen geen verweer gevoerd.
De rechtbank zal dit verzoek als niet weersproken, op de wet gegrond en in het belang van de kinderen toewijzen.
Zorgregeling
De vrouw verzoekt een zorgregeling vast te leggen tussen de man en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vanaf het moment dat de man een eigen woonruimte heeft gevonden. Op de zitting heeft de vrouw aangegeven dat de man nog geen alternatieve woonruimte heeft. Wanneer dit hem gelukt is, verzoekt de vrouw de zorgregeling vast te leggen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] iedere veertien dagen van vrijdag 18.00 uur tot zondag 17.00 uur bij de man zijn, waarbij de man de kinderen haalt en brengt van en naar de vrouw. Eveneens verzoekt de vrouw vast te leggen dat de vakanties en de feestdagen in onderling overleg gedeeld worden. De man heeft hiertegen geen verweer gevoerd.
De rechtbank zal dit verzoek als niet weersproken, op de wet gegrond en in het belang van de kinderen vaststellen.
Kinderalimentatie
De vrouw heeft verzocht een nader te specificeren bedrag vast te stellen aan voor de minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Omdat [jongmeerderjarige] inmiddels meerderjarig is geworden kan de vrouw zonder machtiging van hem geen verzoek tot kinderalimentatie doen namens hem doen. Op de zitting heeft zij haar verzoek ten aanzien van [jongmeerderjarige] ingetrokken en het verzoek ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nader toegelicht. De rechtbank zal daarom alleen een bijdrage voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vaststellen. Bij de berekening van de behoefte en de draagkracht zal echter wel rekening worden houden met de onderhoudsplicht van de ouders jegens de jongmeerderjarige [jongmeerderjarige] .
Behoefteberekening
De vrouw heeft op de zitting aangegeven en toegelicht dat de man voorafgaand aan het indienen van het verzoek tot echtscheiding een bruto-inkomen van € 12.500,- per maand had. Zij kon dit destijds nog zien in zijn bankgegevens. De vrouw heeft aangegeven dat hij naast dit bedrag geen ander (bruto)inkomen ontvangt. Op basis van deze uitgangspunten berekent de rechtbank het netto besteedbaar inkomen (NBI) van de man in 2025 op
€ 7.135,- per maand.
De vrouw heeft haar jaaropgave in het geding gebracht waaruit een bruto jaarinkomen van
€ 53.498,- volgt. Op basis hiervan berekent de rechtbank voor de vrouw een NBI van
€ 3.623,- per maand in 2025.
Het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) van partijen bedroeg in 2025 dus € 10.758,- per maand (€ 7.135,-
+€ 3.623,-). Op basis van dit NBGI hadden partijen geen recht op een kindgebonden budget. Op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen 2025 leidt het voorgaande tot een behoefte van € 1.845,- per maand voor [jongmeerderjarige] , [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Geïndexeerd naar 2026 bedraagt deze behoefte € 1.932,- per maand, te weten € 644,- per kind per maand.
De rechtbank zal hierna beoordelen in welke verhouding deze behoefte tussen partijen moet worden verdeeld.
Draagkracht man
De vrouw heeft op de zitting toegelicht dat de man voorafgaand aan het indienen van het verzoek tot echtscheiding een inkomen van € 12.500,- bruto per maand had. Hier moet volgens haar voor zijn draagkracht ook rekening mee worden gehouden. Bij gebrek aan andersluidende stellingen of gegevens van de man, gaat de rechtbank hiervan uit.
Op basis hiervan berekent de rechtbank het NBI van de man in 2026 op € 7.152,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.
Omdat het NBI van de man hoger is dan € 2.200,-, zal de rechtbank voor de berekening van zijn draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 x NBI + € 1.365,-)] gebruiken. De draagkracht van de man bedraagt dan € 2.549,- per maand.
Draagkracht vrouw
Op de zitting heeft de vrouw verteld dat zij € 100,- per maand bruto meer is gaan verdienen ten opzichte van 2025, zodat haar bruto maandinkomen nu € 3.937,- per maand is. De rechtbank gaat uit van dit inkomen, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en een dertiende maand.
Het kindgebonden budget moet volgens vaste rechtspraak bij het inkomen van de desbetreffende ouder die het ontvangt, worden opgeteld. De rechtbank berekent het kindgebonden budget aan de hand van bovenstaande inkomensgegevens.
Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten berekent de rechtbank het NBI van de vrouw in 2026 op € 4.335,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.
Omdat het NBI van de vrouw hoger is dan € 2.200,- zal de rechtbank voor de berekening van haar draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 NBI + € 1.365,-)] gebruiken. De draagkracht van de vrouw bedraagt dan € 1.169,- per maand.
Draagkrachtvergelijking
De draagkracht van partijen bedraagt gezamenlijk € 3.718,- per maand (€ 2.549 + € 1.169). Dit is voldoende om in de behoefte van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te voorzien. De rechtbank zal daarom een draagkrachtvergelijking maken waarbij de behoefte naar rato van ieders draagkracht zal worden verdeeld. Hiervoor gebruikt de rechtbank de formule: ieders draagkracht gedeeld door de totale draagkracht vermenigvuldigd met de behoefte.
Het eigen aandeel van de man bedraagt: 2.549 / 3.718 x 1.932 = € 1.325
Het eigen aandeel van de vrouw bedraagt: 1.169 / 3.718 x 1.932 =
€ 607
samen € 1.932
Van de totale behoefte van de kinderen komt een gedeelte van € 1.325,- per maand, wat neerkomt op € 442,- per maand per kind voor rekening van de man. Een gedeelte van
€ 607,- per maand, wat neerkomt op € 202,- per maand per kind komt voor rekening van de vrouw.
Zorgkorting
Zolang de man en de vrouw nog bij elkaar in de echtelijke woning wonen, zal er geen zorgkorting gelden. Conform de zorgregeling die de rechtbank zal vastleggen in deze beschikking zal vanaf het moment dat de man een eigen woonruimte heeft een zorgkorting van 25% gelden. De zorgkorting bedraagt dan € 161,- per kind per maand (25% x € 644,-). De zorgkorting strekt in mindering op het hiervoor berekende aandeel. De door de man te betalen bijdrage bedraagt dan € 281,- per kind per maand (€ 442,- -/- € 161,-).
Ingangsdatum
De vrouw heeft op de zitting verzocht de bijdrage vast te stellen per datum beschikking. De rechtbank zal de bijdrage voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van € 442,- per kind per maand vaststellen vanaf datum beschikking, door de man aan de vrouw te betalen. Vanaf het moment dat de man over een eigen woonruimte beschikt zal de rechtbank vaststellen dat de man een bijdrage voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van € 281,- per kind per maand aan de vrouw dient te betalen.
Verdeling huwelijksgemeenschap
Niet gesteld of gebleken is dat de echtgenoten huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt.
Gelet op het bepaalde in de artikelen 1:93 en 1:94 van het Burgerlijk Wetboek (BW) – zoals deze artikelen golden tot 1 januari 2018 – moet worden aangenomen dat tussen de echtgenoten een algehele gemeenschap van goederen bestond. Het uitgangspunt is dan dat de (door indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding) ontbonden huwelijksgemeenschap (op grond van artikel 1:100 BW Pro (zoals dat gold tot 1 januari 2018)) bij helfte tussen de echtgenoten moet worden verdeeld.
Peildata
Voor de omvang en samenstelling van de ontbonden gemeenschap geldt als peildatum
23 april 2025 zijnde de datum van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding. Voor de bepaling van de waarde van de te verdelen goederen geldt – voor zover de man en de vrouw niet anders overeenkomen dan wel de eisen van redelijkheid en billijkheid met zich meebrengen – de datum van feitelijke verdeling.
Omvang
Door partijen zijn de volgende bestanddelen en schulden van de gemeenschap naar voren gebracht:
de echtelijke woning aan de [adres] te [plaats 2] ;
de inboedel in de echtelijke woning;
de bankrekeningen.
Ad. a – de echtelijke woning
De vrouw wenst de echtelijke woning over te nemen en wenst een termijn van drie maanden te krijgen om te onderzoeken of zij de man kan uitkopen. De vrouw wil in de woning blijven met de kinderen en stelt dat zij de maandlasten kan dragen. De woning dient te worden getaxeerd en de vrouw verzoekt te bepalen dat de man zijn medewerking hieraan moet verlenen. De vrouw zal de man doen ontslaan uit de hypothecaire aansprakelijkheid en de over/onderwaarde zal bij helfte worden verdeeld. Indien de man niet meewerkt aan de taxatie en/of de levering van de woning aan de vrouw, verzoekt de vrouw te bepalen dat deze beschikking in de plaats treedt van de toestemming van de man en zijn vereiste wilsverklaring, medewerking en/of handtekening voor de eigendomsoverdracht en levering van de woning. Ingeval de vrouw de woning niet kan overnemen, heeft zij ermee ingestemd dat de rechtbank zal vaststellen dat de woning moet worden verkocht en de opbrengst tussen partijen bij helfte wordt verdeeld.
De rechtbank zal gelet op het voorgaande ten aanzien van de echtelijke woning en de hypothecaire geldleningen de wijze van verdeling vaststellen conform het in het dictum vermelde spoorboekje.
Voortgezet gebruik van de echtelijke woning
Naar de rechtbank begrijpt verzoekt de vrouw te bepalen dat zij na het inschrijven van de echtscheidingsbeschikking gerechtigd blijft om in de woning te blijven wonen. De rechtbank zal dit verzoek als onweersproken toewijzen. De rechtbank zal de vrouw het voortgezet gebruik van zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking toewijzen, met name ingeval de vrouw de woning niet kan overnemen en zij nog enige tijd heeft om vervangende woonruimte te vinden voor haar en de kinderen.
Ad. b – de inboedel
Omdat de vrouw de echtelijke woning wenst over te nemen, verzoekt zij de inboedel van de woning aan haar toe te delen, zonder verdere verrekening. Omdat de man geen verweer heeft gevoerd, zal de rechtbank dit verzoek als niet weersproken toewijzen. De rechtbank gaat er daarbij van uit dat de inboedel geen wezenlijke waarde vertegenwoordigt en geen van partijen met deze verdeling wordt over- of onderbedeeld.
Ad. c – de bankrekeningen
Beide partijen hebben een eigen bankrekening. De vrouw verzoekt te bepalen dat ieder zijn/haar eigen bankrekening houdt, zonder nadere verrekening.
De vrouw heeft op de zitting toegelicht dat er ook een bankrekening is met spaargeld op naam van de man, waarop volgens de vrouw geld staat dat bestemd is voor de studie en de school van de kinderen. Deze bankrekening moet volgens de vrouw buiten de verdeling blijven. Alleen de bankrekeningen van de man en de vrouw moeten verdeeld worden.
De rechtbank zal dit verzoek als niet weersproken toewijzen, waarbij zij ervan uitgaat dat met deze verdeling geen van partijen wordt over- of onderbedeeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2007 te [plaats 1] ;
*
bepaalt dat de minderjarigen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] ,
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats] ,
de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw;
*
bepaalt dat de volgende zorgregeling zal gelden tussen de man en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vanaf het moment dat de man een eigen woonruimte heeft gevonden:
  • eens in de veertien dagen van vrijdag 18.00 uur tot zondag 17.00 uur zullen de kinderen bij de man zijn, waarbij de man de kinderen ophaalt en brengt,
  • de vakanties en feestdagen zullen in onderling overleg bij helfte tussen partijen worden verdeeld;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] en [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats] zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, van
  • € 442,- per maand, per kind vanaf heden tot het moment dat de man een eigen woonruimte heeft en de vastgestelde zorgregeling aanvangt;
  • € 281,- per maand, per kind vanaf het moment dat de man een eigen woonruimte heeft en de vastgestelde zorgregeling aanvangt;
*
stelt de verdeling van de algehele gemeenschap van goederen als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
1. met betrekking tot de woning, gelegen aan de [adres] te [plaats 2] en de daaraan gekoppelde hypothecaire geldlening met kenmerk [nummer] :
1. de woning wordt toegedeeld aan de vrouw op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) voor zover partijen het niet eens worden over de keuze voor een onafhankelijke makelaar-taxateur dient de man aan de vrouw binnen één maand na de datum van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand drie onafhankelijke makelaar-taxateurs voor te stellen die bereid en in staat zijn de woning te taxeren, waaruit de vrouw er vervolgens binnen één week één kiest. Partijen verstrekken vervolgens binnen één week een gezamenlijke opdracht aan deze makelaar-taxateur tot taxatie van de woning. Deze makelaar-taxateur zal tussen partijen bindend de waarde vaststellen waartegen de vrouw de woning zal overnemen;
b) indien de man niet meewerkt aan het kiezen van drie makelaars binnen de gestelde termijn, kiest de vrouw een makelaar en vervangt deze beschikking op grond van artikel 3:185 BW Pro de toestemming van de man om de opdracht aan de taxateur te verlenen;
c) de vrouw dient binnen twee maanden na de taxatie aan de man aan te tonen dat hij/zij de woning tegen de getaxeerde waarde kan overnemen met ontslag van de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen;
d) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de getaxeerde waarde, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de makelaar-taxateur;
e) de kosten van de notariële overdracht worden door de vrouw, als kosten koper, voldaan;
f) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
2) indien de vrouw de woning niet kan overnemen onder bovengenoemde voorwaarden dan wordt de woning verkocht en geleverd aan een derde op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) partijen dienen aan de onder 1) genoemde makelaar-taxateur een gezamenlijke opdracht verstrekken tot verkoop van de woning aan een derde. Deze makelaar-taxateur zal – als partijen het niet eens zijn – partijen bindend adviseren over de vast te stellen vraag- en laatprijs van de woning;
b) indien de man zijn medewerking niet verleent tot het verstrekken van de gezamenlijke opdracht aan de makelaar-taxateur, vervangt deze beschikking zijn toestemming;
c) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de verkoopopbrengst van de woning, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de verkoop en de overdracht, waaronder de kosten van de makelaar-taxateur;
d) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
e) indien de man zijn medewerking niet verleent, vervangt deze beschikking zijn medewerking tot notariële overdracht van de woning;
2. bepaalt dat ieder zijn/haar eigen bankrekeningen houdt, zonder nadere verrekening, waarbij de spaarrekening op naam van de man met het schoolgeld van de kinderen buiten de verdeling blijft;
3. bepaalt dat de inboedel aan de vrouw zal worden toegedeeld, zonder nadere verrekening met de man;
*
bepaalt dat de vrouw jegens de man bevoegd is de bewoning van de echtelijke woning aan de Oudaenstraat 24 (2533 GS) te Den Haag en het gebruik van de zaken die behoren bij deze woning en tot de inboedel daarvan, voort te zetten gedurende zes maanden na de inschrijving van deze beschikking, onder de voorwaarde dat de vrouw deze woning op het moment van die inschrijving bewoont en aan de man uitsluitend of mede toebehoort of ten gebruike toekomt;
*
verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Meisters als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 28 april 2026.