Uitspraak
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 15 januari 2025 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
[de vrouw] ,
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen, namens de man;
- de brief van 3 februari 2025, met bijlagen, namens de man;
- het verweerschrift, met zelfstandige verzoeken en met bijlagen, namens de vrouw ingekomen op 1 april 2025;
- het verweer tegen de zelfstandige verzoeken, met voorwaardelijke aanvullende verzoeken en met bijlagen, namens de man ingekomen op 8 mei 2025;
- het verweer tegen de voorwaardelijke aanvullende verzoeken, met zelfstandig aanvullend verzoek en met bijlagen, namens de vrouw ingekomen op 30 juni 2025;
- het verweer tegen het aanvullend zelfstandig verzoek, namens de man ingekomen op
- het bericht van 14 november 2025, met bijlagen, namens de vrouw;
- de brief van 10 maart 2026, met aanvullend zelfstandig verzoek en met bijlagen, namens de vrouw;
- het bericht van 19 maart 2026, met bijlagen, namens de man.
Feiten
- De man en de vrouw zijn gehuwd op [dag 1] 2015 in [plaats 1] , India.
- Zij zijn de ouders van het minderjarige kind [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] , [geboorteland] .
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- De man en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit. De vrouw heeft de Indiase nationaliteit.
Verzoek en verweer
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] :
- indien de vrouw besluit om in Nederland, meer in het bijzonder [plaats 2] , te blijven wonen, bij de vrouw;
- indien de vrouw besluit om te verhuizen naar India, bij de man;
- vaststelling van een zorgregeling:
- indien de vrouw besluit om in Nederland, meer in het bijzonder [plaats 2] , te blijven wonen, waarbij sprake is van een co-ouderschap, waarbij [minderjarige] week op week af bij ieder van de ouders verblijft en met een evenredige verdeling van de vakanties en feestdagen;
- indien en voor zover aan de vrouw vervangende toestemming wordt verleend om met [minderjarige] naar India te verhuizen, waarbij de man gerechtigd in [minderjarige] gedurende vier aaneengesloten weken per jaar in de zomervakantie in Nederland of daarbuiten en bepaling dat de vrouw de vliegtickets voor de minderjarige voor haar rekening neemt, alsook bepaling dat de man gerechtigd is de minderjarige bij zich te hebben gedurende de perioden dat hij buiten de zomervakantie in India zal verblijven alsook bepaling dat de man ongelimiteerd FaceTime contact met [minderjarige] mag hebben;
- verklaring voor recht dat, indien en voor zover de vrouw gerechtigd is tot de ontvangst van een bijdrage in haar levensonderhoud, de onderhoudsverplichting een maximale duur heeft tot [dag 2] 2030, zijnde de dag waarop [minderjarige] de leeftijd van twaalf jaar bereikt;
- verklaring voor recht dat partijen naar Indiaas recht gerechtigd zijn tot de op zijn/haar naam staande vermogensbestanddelen, zonder nadere verrekening,
- bepaling dat de vrouw bevoegd is tot medebewoning naast de man van de echtelijke woning aan de [adres] , alsmede tot het gebruik van de bij die woning en tot de inboedel daarvan behorende zaken, gedurende zes maanden na inschrijving van de te wijzen echtscheidingsbeschikking;
- vaststelling van de verdeling van de echtelijke woning aan de [adres] , conform het voorstel van de vrouw,
Beoordeling
- het recht en belang van de verhuizende ouder en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten;
- de noodzaak om te verhuizen;
- de mate waarin de verhuizing is doorgedacht en voorbereid;
- de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor het kind en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;
- de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;
- de rechten van de andere ouder en het kind op onverminderd contact met elkaar in vertrouwde omgeving;
- de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
- de frequentie van het contact tussen het kind en de andere ouder voor en na de verhuizing;
- de leeftijd van de minderjarige, zijn mening en de mate waarin hij is geworteld in zijn omgeving of juist gewend is aan verhuizingen;
- de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.
- Indien de echtgenoten vóór het huwelijk het toepasselijke recht niet hebben aangewezen, wordt hun huwelijksvermogensregime beheerst door het interne recht van de Staat op welks grondgebied zij hun eerste gewone verblijfplaats na het huwelijk vestigen.
- Het huwelijksvermogensregime van de echtgenoten wordt echter beheerst door het interne recht van de Staat van hun gemeenschappelijke nationaliteit:
jegens de andere echtgenoot” bevoegd zijn tot bewoning, oordeelt de rechtbank dat dit artikel alleen ziet op de situatie dat één van de echtgenoten bevoegd is tot de bewoning van de woning en niet ziet op medebewoning. De rechtbank zal daarom dit verzoek van de vrouw afwijzen.