ECLI:NL:RBDHA:2026:14026
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering kindgebonden budget wegens overschrijding vermogensgrens
Eiseres heeft in 2018 kindgebonden budget aangevraagd, maar voor 2023 is dit op nihil gesteld vanwege een te hoog vermogen op de peildatum 1 januari 2023. Dit leidde tot een terugvordering van €5.384 inclusief rente. Eiseres betoogt dat het vermogen tijdelijk was, omdat zij na het onverwachte overlijden van haar partner het geld van de verkoop van woningen tijdelijk op haar rekening had staan en dat terugvordering onredelijk is gezien haar persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank stelt vast dat het wettelijk kader vereist dat het verzamelinkomen zoals vastgesteld door de Belastingdienst wordt gehanteerd en dat de uitzonderingen op het meetellen van vermogen limitatief zijn. De verkoopsom van de woning valt hier niet onder. De hardheidsclausule en toepassing van de menselijke maat bieden geen grondslag om af te wijken.
Hoewel de rechtbank begrip toont voor de persoonlijke situatie van eiseres, is er geen reden om de terugvordering te matigen. Eiseres kan een betalingsregeling aanvragen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugvordering van het kindgebonden budget wordt ongegrond verklaard en matiging van de terugvordering wordt afgewezen.