ECLI:NL:RBDHA:2026:1398

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
09/126026-21
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 33 SrArt. 33a SrArt. 47 SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen witwassen en meervoudige diefstal benzine

De rechtbank Den Haag heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van witwassen van grote contante geldbedragen en meervoudige diefstal van benzine bij diverse tankstations. De feiten vonden plaats tussen januari en juni 2021, waarbij verdachte grote sommen contant geld op diverse rekeningen stortte en benzine tankte zonder te betalen.

Het bewijs bestond uit bekennende verklaringen van verdachte, diverse proces-verbalen van bevindingen en aangiften van tankstations. De verdediging erkende de feiten en beriep zich op de overschrijding van de redelijke termijn en de faciliterende rol van verdachte bij het witwassen.

De rechtbank oordeelde dat de strafbaarheid vaststaat en dat de overschrijding van de redelijke termijn in het voordeel van verdachte wordt meegewogen. Gezien de ernst van de feiten, de omvang van het witwassen en de recidivegrond, legde de rechtbank een gevangenisstraf van achttien maanden op, met aftrek van de tijd in voorarrest. Tevens werd een geldbedrag van €3.470,- verbeurd verklaard. De voorlopige hechtenis werd hersteld vanwege vluchtgevaar.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf met aftrek en verbeurdverklaring van €3.470 wegens medeplegen witwassen en meervoudige diefstal benzine.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/126026-21
Datum uitspraak: 28 januari 2026
Tegenspraak
(Promisvonnis)
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[de verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
op dit moment zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 1 oktober 2021, 20 december 2021, 18 maart 2022 en 14 januari 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. van Dongen en van hetgeen namens de verdachte door de raadsman mr. Sytema naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting van 20 december 2021 - ten laste gelegd dat:
1
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2021 tot en met 30 juni 2021, te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) van een of meerdere voorwerp(en) en/of meerdere geldbedrag(en), te weten (onder meer):
- In de periode van 11 februari 2021 tot en met 22 april 2021 een of meer geldbedragen van in totaal ongeveer €3.185.375,- contant gestort op de rekening t.n.v ‘ [bedrijfsnaam 1] ’ met
rekeningnummer [rekeningnummer 1] en/of
- In de periode van 23 maart 2021 tot en met 29 maart 2021 een geldbedrag van ongeveer €27.830,- door [bedrijfsnaam 2] overgemaakt op de rekening van [bedrijfsnaam 1] en/of
- In de periode van 16 februari 2021 tot en met 17 maart 2021 een of meer geldbedragen van in totaal ongeveer €159.210,- contant gestort op de rekening t.n.v [de verdachte] met rekeningnummer [rekeningnummer 2] en/of
- In de periode van 1 februari 2021 tot en met 25 april 2021 een of meer geldbedragen van in totaal ongeveer €1.376.905,- contant gestort op de rekeningen t.n.v. [naam 1]
( [rekeningnummer 3] ) en/of [bedrijfsnaam 3] BV ( [rekeningnummer 4] ) en/of [bedrijfsnaam 4] BV ( [rekeningnummer 5] ) en/of [bedrijfsnaam 5] BV
( [rekeningnummer 6] ) en/of [bedrijfsnaam 6] BV ( [rekeningnummer 7] ) en/of [bedrijfsnaam 7] ( [rekeningnummer 8] ) en/of
- Op of omstreeks 6 mei 2021 een geldbedrag van € 14.900,- contant gestort op de rekening t.n.v. ‘ [naam 2] ’ met rekeningnummer [rekeningnummer 9] en/of
- Op of omstreeks 25 april 2021 een geldbedrag van ongeveer €33.000,- (aangetroffen bij de aanhouding verdachte op 25 april 2021;
- Op of omstreeks 28 juni 2021 een geldbedrag van ongeveer € 3.470,- (aangetroffen bij de aanhouding van verdachte op 28 juni 2021);
de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing, heeft verborgen of verhuld, dan wel heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) verborgen of verhuld wie de rechthebbende(n) op voornoemde geldbedragen was/waren of het voorhanden had/hadden, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het/die geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf,
en/of
heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) van een of meerdere voorwerp(en), te weten (één of meer van) de navolgende geldbedragen, verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of althans gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte,
en/of zijn mededader(s) wist(en), dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het/die geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf (onder meer):
- In de periode van 11 februari 2021 tot en met 22 april 2021 een of meer geldbedragen van in totaal ongeveer €3.185.375,- contant gestort op de rekening t.n.v ‘ [bedrijfsnaam 1] ’ met
rekeningnummer [rekeningnummer 1] en/of
- In de periode van 23 maart 2021 tot en met 29 maart 2021 een geldbedrag van ongeveer €27.830,- door [bedrijfsnaam 2] overgemaakt op de rekening van [bedrijfsnaam 1] en/of
- In de periode van 16 februari 2021 tot en met 17 maart 2021 een of meer geldbedragen van in totaal ongeveer €159.210,- contant gestort op de rekening t.n.v [de verdachte] met rekeningnummer [rekeningnummer 2] en/of
- In de periode van 1 februari 2021 tot en met 25 april 2021 een of meer geldbedragen van in totaal ongeveer €1.376.905,- contant gestort op de rekeningen t.n.v. [naam 1]
( [rekeningnummer 3] ) en/of [bedrijfsnaam 3] BV ( [rekeningnummer 4] ) en/of [bedrijfsnaam 4] BV ( [rekeningnummer 5] ) en/of [bedrijfsnaam 5] BV ( [rekeningnummer 6] ) en/of [bedrijfsnaam 6] BV ( [rekeningnummer 7] ) en/of [bedrijfsnaam 7] ( [rekeningnummer 8] ) en/of
- Op of omstreeks 6 mei 2021 een geldbedrag van €14.900,- contant gestort op de rekening t.n.v. ‘ [naam 2] ’ met rekeningnummer [rekeningnummer 9] en/of
- Op of omstreeks 25 april 2021 een geldbedrag van ongeveer €33.000,- (aangetroffen bij de aanhouding verdachte op 25 april 2021) en/of
- Op of omstreeks 28 juni 2021 een geldbedrag van ongeveer € 3.470,- (aangetroffen bij de aanhouding van verdachte op 28 juni 2021);
2
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 januari 2021 tot en met 10 mei 2021 te Den Haag en/of Rijswijk en/of
Wateringen en/of Breda en/of Zevenbergschenhoek (gemeente Moerdijk), in elk geval in Nederland, (telkens) een hoeveelheid brandstof, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan na te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen:
- bij tankstation De Haan, Meppelweg 1381 Den Haag: 79,64 liter benzine en/of
- bij tankstation Shell Lozerlaan, Den Haag: 36,96 liter en/of 8,01 liter benzine en/of
- bij tankstation BP Binckhorstlaan, Den Haag: 61,90 liter en/of 39,51 liter benzine en/of
- bij tankstation Esso Vissers, Rijksweg A16 Zevenbergschenhoek: 35,61 liter benzine en/of
- bij tankstation BP Ypenburg, Rijswijk: 37,77 liter benzine en/of
- bij tankstation BP Zoomseweg, Rijswijk: 41,72 liter en/of 37,74 liter en/of 36,98 liter benzine en/of
- bij tankstation BP de Zweth, N211, Wateringen: 34,42 liter en/of 65,72 liter benzine en/of
- bij tankstation Shell Hazeldonk West, Breda: 22,59 liter benzine.

3.De bewijsbeslissing

3.1
Inleiding
3.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde.
3.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich, nu de verdachte bij de politie een bekennende verklaring heeft afgelegd, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank wat betreft de bewezenverklaring van de feiten.
3.4
De beoordeling van de tenlastelegging [1]
De rechtbank zal voor de feiten met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft deze feiten namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsman geen vrijspraak bepleit.
De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen voor feit 1:
  • De bekennende verklaring van de verdachte: het proces-verbaal van verhoor van verdachte Baroudi, opgemaakt op 24 september 2021, p. 1352 -1356;
  • Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 16 mei 2021, p. 62-68;
  • Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 16 mei 2021, p. 69-74, 77-82;
  • Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 1 juli 20021, p. 277-279;
  • Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 8 juli 2021, p. 690-694;
  • Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 9 juli 2021, p. 727;
  • Het proces-verbaal van aangifte van Jacoba Leonora Verzijl, opgemaakt op 20 april 2021, p. 509-510;
  • Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 4 mei 2021, p. 515;
  • Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 4 mei 2021, p. 1065;
  • Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 1 juli 2021, p. 279-280;
  • Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 10 mei 2921, p. 252;
  • Het proces-verbaal van bevindingen van, opgemaakt op 21 juli 20021, p. 1033-1042;
  • Het proces-verbaal van aangifte van Diab Abu Mahmoud, opgemaakt op 2 mei 2021, p. 189-192;
  • Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 6 juni 2021, p. 254;
  • Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 11 juni 2021, p. 256 -258;
  • Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 1 juli 2021, p. 276;
  • Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 20 augustus 2021, p. 1282;
  • Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 7 juli 2021, p. 780-860.
De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen voor feit 2:
  • De bekennende verklaring van de verdachte: het proces-verbaal van verhoor van verdachte Baroudi, opgemaakt op 24 september 2021, p. 1349-1358;
  • Het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] namens Haan Meppelweg, opgemaakt op 26 februari 2021, p. 92-94;
  • Het proces-verbaal van aangifte van [naam 4] namens Shell Lozerlaan, opgemaakt op 4 maart 2021, p. 97-99;
  • Het proces-verbaal van aangifte van [naam 5] namens BP Binckhorstlaan, opgemaakt op 3 maart 2021, p. 102-104;
  • Het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] namens Esso Zevenbergschenhoek, opgemaakt op 11 maart 202, p. 106-108;
  • Het proces-verbaal van aangifte van [naam 5] namens BP Binckhorstlaan, opgemaakt op 1 maart 2021, p. 113-115;
  • Het proces-verbaal van aangifte van [naam 4] namens Shell Lozerlaan, opgemaakt op 2 maart 2021, p. 117-119;
  • Het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] namens BP Ypenburg, opgemaakt op 24 maart 2021, p. 123-125;
  • Het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] namens BP Zoomseweg, opgemaakt op 25 maart 2021, p. 128-130;
  • Het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] namens BP Zoomseweg, opgemaakt op 14 april 2021, p. 135-137;
  • Het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] namens BP de Zweth, opgemaakt op 19 mei 2021, p. 141-143;
  • Het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] namens Shell Hazeldonk West, opgemaakt op 11 juni 2021, p. 146-148;
  • Het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] namens BP Zoomseweg, opgemaakt op 12 mei 2021, p. 151-153;
  • Het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] namens BP de Zweth, opgemaakt op 1 juni 2021, p. 157-159;
  • Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 10 juni 2021, p. 177-178;
  • Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 29 juli 2021, p. 1233-1234;
  • Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 23 juli 2021, p. 1235-1241;
  • Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 23 juli 2021, p. 1242-1246.
3.5
De bewezenverklaring
De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
1
hij op meer tijdstippen in de periode van 1 februari 2021 tot en met 30 juni 2021, te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander , althans alleen, zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader van meerdere geldbedragen, te weten:
- In de periode van 11 februari 2021 tot en met 22 april 2021 meer geldbedragen van in totaal €3.185.375,- contant gestort op de rekening t.n.v. ‘ [bedrijfsnaam 1] ’ met
rekeningnummer [rekeningnummer 1] en
- In de periode van 23 maart 2021 tot en met 29 maart 2021 een geldbedrag van €27.830,- door [bedrijfsnaam 2] overgemaakt op de rekening van [bedrijfsnaam 1] en
- In de periode van 16 februari 2021 tot en met 17 maart 2021 meer geldbedragen van in totaal €159.210,- contant gestort op de rekening t.n.v. [de verdachte] met rekeningnummer [rekeningnummer 2] en
- In de periode van 1 februari 2021 tot en met 25 april 2021 meer geldbedragen contant gestort op de rekeningen t.n.v. [naam 1]
( [rekeningnummer 3] ) en/of [bedrijfsnaam 3] BV ( [rekeningnummer 4] ) en/of [bedrijfsnaam 4] BV ( [rekeningnummer 5] ) en/of [bedrijfsnaam 5] BV
( [rekeningnummer 6] ) en/of [bedrijfsnaam 6] BV ( [rekeningnummer 7] ) en/of [bedrijfsnaam 7] ( [rekeningnummer 8] ) en
- Op of omstreeks 6 mei 2021 een geldbedrag van € 14.900,- contant gestort op de rekening t.n.v. ‘ [naam 2] ’ met rekeningnummer [rekeningnummer 9]
de werkelijke aard
ende herkomst heeft verhuld, dan wel hebben hij en zijn mededader verborgen of verhuld wie de rechthebbenden op voornoemde geldbedragen waren terwijl verdachte en zijn mededader wisten, dat die geldbedragen - onmiddellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf,
en
heeft hij, verdachte en zijn mededader van een of meerdere voorwerpen, te weten één of meer van de navolgende geldbedragen, verworven en voorhanden gehad en/of omgezet terwijl verdachte en zijn mededader wisten, dat die geldbedragen - onmiddellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf:
- In de periode van 11 februari 2021 tot en met 22 april 2021 een geldbedragen van in totaal €3.185.375,- contant gestort op de rekening t.n.v ‘ [bedrijfsnaam 1] ’ met
rekeningnummer [rekeningnummer 1] en
- In de periode van 23 maart 2021 tot en met 29 maart 2021 een geldbedrag van €27.830,- door [bedrijfsnaam 2] overgemaakt op de rekening van [bedrijfsnaam 1] en
- In de periode van 16 februari 2021 tot en met 17 maart 2021 meer geldbedragen van in totaal €159.210,- contant gestort op de rekening t.n.v. [de verdachte] met rekeningnummer [rekeningnummer 2] en
- In de periode van 1 februari 2021 tot en met 25 april 2021 meer geldbedragen contant gestort op de rekeningen t.n.v. [naam 1]
( [rekeningnummer 3] ) en [bedrijfsnaam 3] BV ( [rekeningnummer 4] ) en [bedrijfsnaam 4] BV ( [rekeningnummer 5] ) en [bedrijfsnaam 5] BV ( [rekeningnummer 6] ) en [bedrijfsnaam 6] BV ( [rekeningnummer 7] ) en [bedrijfsnaam 7] ( [rekeningnummer 8] ) en
- Op 6 mei 2021 een geldbedrag van €14.900,- contant gestort op de rekening t.n.v. ‘ [naam 2] ’ met rekeningnummer [rekeningnummer 9] en
- Op 25 april 2021 een geldbedrag van €33.000,- en
- Op 28 juni 2021 een geldbedrag van € 3.470,-.
2
hij op meer tijdstippen in de periode van 23 januari 2021 tot en met 10 mei 2021 te Den Haag en Rijswijk en Wateringen en Breda en Zevenbergschenhoek (gemeente Moerdijk), telkens een hoeveelheid brandstof, geheel toebehorende aan na te noemen rechthebbenden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen:
- bij tankstation De Haan, Meppelweg 1381 Den Haag: 79,64 liter benzine en
- bij tankstation Shell Lozerlaan, Den Haag: 36,96 liter en/of 8,01 liter benzine en
- bij tankstation BP Binckhorstlaan, Den Haag: 61,90 liter en/of 39,51 liter benzine en
- bij tankstation Esso Vissers, Rijksweg A16 Zevenbergschenhoek: 35,61 liter benzine en
- bij tankstation BP Ypenburg, Rijswijk: 37,77 liter benzine en
- bij tankstation BP Zoomseweg, Rijswijk: 41,72 liter en 37,74 liter en 36,98 liter benzine en
- bij tankstation BP de Zweth, N211, Wateringen: 34,42 liter en 65,72 liter benzine en
- bij tankstation Shell Hazeldonk West, Breda: 22,59 liter benzine.
Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De strafoplegging

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achtenveertig maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de rechtbank verzocht om aan de verdachte geen langere gevangenisstraf op te leggen dan de tijd die hij reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zijnde 221 dagen. De raadsman heeft aangevoerd dat de redelijke termijn voor afdoening van de onderhavige feiten fors is overschreden. Een gevangenisstraf is, met het oog op het tijdsverloop, niet passend en geboden. Verder stelt de raadsman zich op het standpunt dat de oriëntatiepunten voor fraude uitgaan van een benadelingsbedrag. Dit benadelingsbedrag geldt niet zonder meer ook voor witwaszaken, te minder in deze zaak omdat de verdachte louter een faciliterende rol bij het witwassen van de gelden heeft gehad. Tot slot dient de proceshouding van de verdachte in zijn voordeel mee te wegen.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.
De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich gedurende een relatief korte periode bezig gehouden met het, deels in vereniging, witwassen van zeer grote geldbedragen. Daarnaast heeft de verdachte over een langere periode meerdere keren (grote) hoeveelheden brandstof getankt bij een tankstation zonder hiervoor te betalen. Witwassen zorgt voor ontwrichting van het economische en financiële verkeer, doordat de criminele herkomst van de gelden wordt verhuld. De vermenging van illegale- en legale geldstromen brengt ernstige schade toe aan de economie. Verdachte heeft met zijn handelen in belangrijke mate bijgedragen aan deze vermenging van boven- en onderwereld, louter voor zijn eigen financiële gewin. Daarnaast heeft de verdachte bij het tanken misbruik gemaakt van het vertrouwen van medewerkers van tankstations door zijn betalingsverplichting niet na te komen. De rechtbank rekent hem dit aan.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 2 december 2025. De rechtbank constateert dat de verdachte niet eerder voor vergelijkbare feiten is veroordeeld en weegt dit noch in het voordeel, noch in het nadeel van de verdachte mee.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte d.d. 1 april 2022, waaruit volgt dat sprake is van problematiek op alle leefgebieden en van een gemiddeld recidiverisico. De reclassering adviseert bij veroordeling van de verdachte hem op te leggen een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden: meldplicht, ambulante behandeling, schuldhulpverlening en een inspanningsverplichting om werk te vinden en te behouden.
Strafmodaliteit en strafmaat
De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Daarin is als uitgangspunt vermeld dat bij een benadelingsbedrag van € 1.000.000 en hoger een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vierentwintig maanden op zijn plaats is. De rechtbank gaat voorbij aan het standpunt van de verdediging, dat de oriëntatiepunten niet zonder meer ook voor witwaszaken gelden. In dit geval weegt de rechtbank echter wel in strafverlagende zin mee dat de verdachte kennelijk slechts een faciliterende rol heeft gehad bij het witwassen van de contante gelden. De verdachte heeft samen met een medeverdachte grote contante geldbedragen gestort op rekeningen van bedrijven en katvangers en/of hun eigen bedrijf of rekening en dit geld vervolgens – direct of indirect – overgemaakt naar rekeningen in het buitenland. De verdachten hebben daar kennelijk zelf telkens ‘slechts’ een percentage aan overgehouden.
De overschrijding van de redelijke termijn
De verdachte is voor het eerst aangehouden en in verzekering gesteld op 25 april 2021 en dit vonnis is gewezen op 28 januari 2026. De redelijke termijn is dus met twee jaar en negen maanden overschreden, terwijl aan deze overschrijding geen bijzondere omstandigheden ten grondslag liggen. De rechtbank brengt dit in het voordeel van de verdachte tot uitdrukking in de op te leggen straf.
Strafoplegging
Gelet op al hetgeen wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt. Hoewel de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden adviseert, stelt de rechtbank vast dat de verdachte zich vermoedelijk al geruime tijd in het buitenland bevindt en naar verwachting niet binnen afzienbare tijd (vrijwillig) naar Nederland zal terugkeren. Gelet daarop, en gelet op de aard en de ernst van het tenlastegelegde, ziet de rechtbank geen reden voor een voorwaardelijk strafdeel.
De rechtbank zal alles overwegende aan de verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, met aftrek van het voorarrest.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Voorlopige hechtenis
De rechtbank zal de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis per direct opheffen, waardoor de voorlopige hechtenis herleeft. De verdachte houdt zich momenteel vermoedelijk al geruime tijd op in het buitenland. Daaruit blijkt, naast de nog steeds aanwezige recidivegrond, ook nog steeds een ernstig gevaar voor vlucht. Nu de verdachte meerdere schorsingsvoorwaarden heeft overtreden, kan de schorsing van de voorlopige hechtenis niet langer voortduren.

7.De inbeslaggenomen voorwerpen

7.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat het onder 1 genoemde voorwerp op de beslaglijst, te weten een geldbedrag van € 3.470, verbeurd wordt verklaard.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen nader standpunt omtrent het beslag ingenomen.
7.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal het onder 1 genoemde voorwerp op de beslaglijst, te weten een geldbedrag van € 3.470 verbeurd verklaren. Dit voorwerp is voor verbeurdverklaring vatbaar aangezien dit voorwerp aan de verdachte toebehoort en met betrekking tot dit voorwerp het onder 1 bewezenverklaarde feit is begaan.
Bij de vaststelling van deze bijkomende straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

8.De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:
- 9, 33, 33a, 47, 57, 310, 420bis van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9.De beslissing

De rechtbank:
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
ten aanzien van feit 1: medeplegen van witwassen
en
ten aanzien van feit 2: diefstal, meermalen gepleegd
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van
18 (ACHTTIEN) MAANDEN;
bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
heft op de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis;
verklaart verbeurd het op de beslaglijst onder 1 genoemde voorwerp, te weten een geldbedrag van € 3.470.
Dit vonnis is gewezen door
mr. Y.J. Wijnnobel – van Erp, voorzitter,
mr. B.J. van de Griend, rechter,
mr. I.C. Kranenburg, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. L.E. Kramer, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 januari 2026.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2021116268, van de politie eenheid Den Haag, district Zuid, met bijlagen (doorgenummerd p. 1 t/m 1613).