In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 28 januari 2026, gaat het om een beroep van eiseres tegen de minister van Asiel en Migratie. Eiseres had op 19 april 2024 een asielaanvraag ingediend, maar de minister had niet tijdig beslist. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de gestelde termijn van twee weken heeft gereageerd op de ingebrekestelling van eiseres. Ondanks dat er in de ingebrekestelling en de beroepsgronden onjuiste aanvraagdata zijn genoemd, was het voor de minister duidelijk om welke aanvraag het ging. De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond, en legt de minister op om binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen op de aanvraag. Indien de minister deze termijn overschrijdt, moet hij een dwangsom van € 100,- per dag betalen, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet de minister de proceskosten van eiseres vergoeden, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, en openbaar gemaakt op rechtspraak.nl.