Eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist op zijn asielaanvraag van 25 april 2022. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet heeft voldaan aan de eerdere uitspraak van 3 februari 2025 waarin een nieuwe beslistermijn van twaalf weken was opgelegd.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. De minister wordt opgedragen binnen vier weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Deze termijn is korter dan de gebruikelijke termijn van acht weken vanwege het overschrijden van de bovengrens van 21 maanden en het houden van een nader gehoor op 19 januari 2024.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.