ECLI:NL:RBDHA:2026:13661
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Minister schendt hoorplicht bij weigering kort verblijf visum voor familiebezoek
Eisers, Chinese staatsburgers en gehuwd, vroegen een visum voor kort verblijf aan om familie in Nederland te bezoeken. De minister wees de aanvragen af wegens twijfel over het doel van het verblijf, onvoldoende middelen van bestaan en onvoldoende sociale en economische binding met China, waardoor terugkeer onzeker zou zijn.
In bezwaar handhaafde de minister alleen de weigeringsgrond over de terugkeerintentie en zag af van het horen van eisers. De rechtbank oordeelt dat het horen in bezwaar een fundamenteel uitgangspunt is, vooral bij beoordelingsruimte en onduidelijkheden over feiten. Eisers hadden hun sterke sociale en economische banden met China toegelicht, inclusief onroerend goed en familiebanden, en er bestonden tegenstrijdigheden in verklaringen over werk en inkomen.
De rechtbank stelt dat de minister onterecht heeft afgezien van het horen, omdat dit essentieel was om de intenties van eisers en onduidelijkheden te verduidelijken. De hoorzitting biedt ook de mogelijkheid om te bepalen welke bewijsstukken voldoende zijn. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, legt een termijn van acht weken op voor een nieuw besluit na hoorzitting en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit van de minister wegens schending van de hoorplicht en beveelt een nieuwe beslissing na hoorzitting binnen acht weken.