Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2026 in de zaken tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Samenvatting
Procesverloop
Standpunt eiseres
Met betrekking tot het primaire besluit II voert eiseres aan dat, nu er geen sprake is van een rechtsgeldige bekendmaking van het primaire besluit I, het Uwv niet de bevoegdheid had tot invordering over te gaan.
Standpunt verweerder
Beoordeling door de rechtbank
Beoordeling bestreden besluit I
Het is in beginsel aan het bestuursorgaan om aannemelijk te maken dat het besluit op het adres van de geadresseerde is ontvangen als deze stelt dat zij een aangetekend verzonden besluit niet heeft ontvangen. De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres worden bezorgd rechtvaardigt het vermoeden van ontvangen van het besluit op dat adres. Dat brengt mee dat het bestuursorgaan in eerste instantie kan volstaan met het aannemelijk maken van verzending aan het juiste adres. Daartoe is in ieder geval vereist dat het besluit is voorzien van de juiste adressering en een verzenddatum en dat sprake is van een deugdelijke verzendadministratie (CRvB 16-6-2011;ECLI 2011.BQ9423).
Daartoe overweegt de rechtbank dat uit de verslagen van het KCC niet blijkt dat eiseres zelf heeft gesproken met KCC. De rechtbank neemt aan dat met “cliënt” wel op eiseres wordt gedoeld. Niet duidelijk wordt over welk besluit is gesproken. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres aangevoerd dat er eerdere procedures zijn gevoerd met het Uwv in het kader van de ZW-uitkering en de Werkloosheidswet-uitkering en dat het telefoongesprek ook op andere besluiten betrekking kan hebben. Eiseres heeft vanwege het beëindigen van het ZW-uitkering op 23 november 2023 een brief ontvangen van het Uwv en het is niet uitgesloten dat zij daar naar refereert. Hoewel het lijkt alsof in het telefoongesprek wordt gerefereerd aan het besluit van 1 december 2023, staat dit volgens de rechtbank niet zondermeer vast en kan niet worden uitgesloten dat contact is gezocht naar aanleiding van een ander besluit. De rechtbank kan uit de verslagen van 4 en 5 december 2023 niet afleiden dat eiseres -via de gemeente- telefonisch contact heeft gezocht naar aanleiding van het besluit van 1 december 2023 en dat besluit dus heeft ontvangen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit I en het bestreden besluit II;
- bepaalt dat het Uwv met inachtneming van het hiervoor overwogene nieuwe beslissingen op bezwaar dient te nemen;
- draagt het Uwv op het betaalde griffierecht van € 106,- aan eiseres te vergoeden
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van eiseres tot een bedrag € 1.868,-.