ECLI:NL:RBDHA:2026:13486

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
NL26.13234
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 29 Verordening (EU) nr. 604/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang na vertrek naar onbekende bestemming

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de overdrachtstermijn naar Spanje te verlengen tot 28 juli 2027. De rechtbank onderzocht of eiser nog procesbelang had bij het beroep.

Verweerder meldde dat eiser met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde van eiser gaf aan geen contact meer te hebben met eiser, maar stelde dat er nog procesbelang was. De rechtbank volgde vaste jurisprudentie en concludeerde dat eiser geen belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 21 mei 2026 en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na vertrek naar onbekende bestemming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.13234

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

v-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. V. Senczuk),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 3 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de overdrachtstermijn van eiser naar Spanje tot en met 28 juli 2027 verlengd. [1]
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.
2. Verweerder heeft bij bericht van 12 mei 2026 de rechtbank meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft daarom op dezelfde dag de gemachtigde van eiser verzocht om kenbaar te maken wanneer hij voor het laatst contact heeft gehad met eiser en op welke wijze dit contact heeft plaatsgevonden. De gemachtigde van eiser heeft op 20 mei 2026 meegedeeld dat hij geen contact heeft met eiser, maar dat wel sprake is van procesbelang.
3. Gelet op deze omstandigheden en vaste jurisprudentie van de Afdeling neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de door hem aanvankelijke gezochte internationale bescherming in Nederland. [3] Eiser heeft dan ook geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 21 mei 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 29, tweede lid, van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening).
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Volgt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.