Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:13171

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
22 mei 2026
Zaaknummer
NL25.53774
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen aanvullend terugkeerbesluit

Verzoeker heeft tegen een aanvullend terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om het beroep in Nederland af te wachten.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting en geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet meer nodig is omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter A.L.M. Steinebach-de Wit in aanwezigheid van de griffier. De zaak betreft bestuursrecht en vreemdelingenrecht en is behandeld door de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het aanvullend terugkeerbesluit is afgewezen omdat op het beroep reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.53774

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. A. Habib-Portier),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het aan verzoeker opgelegde aanvullend terugkeerbesluit. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Hij heeft daartegen ook beroep ingesteld.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Bij besluit van 17 oktober 2025 heeft de minister aan verzoeker een aanvullend terugkeerbesluit opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting [1] .

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Bij uitspraak van 24 april 2026 [2] heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Korporaal-Wisman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb
2.Zaaknummer NL25.53773