Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin de minister werd opgedragen binnen twee weken te beslissen, maar constateert dat dit niet is gebeurd.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ook zonder ingebrekestelling, vanwege de uitdrukkelijke termijn in de eerdere uitspraak. Ondanks dat de rechterlijke dwangsom nog niet volledig was verbeurd bij het instellen van het beroep, blijft het procesbelang bestaan. De minister heeft nog steeds geen besluit genomen.
De rechtbank legt de minister een nieuwe beslistermijn van twee weken op en verbindt daaraan een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.