ECLI:NL:RBDHA:2026:13114
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen feitelijke overdracht aan Duitsland
Verzoeker maakte bezwaar tegen zijn voorgenomen feitelijke overdracht aan Duitsland en verzocht om een voorlopige voorziening om deze overdracht tijdens de bezwaarprocedure te voorkomen. De voorzieningenrechter oordeelde dat hij bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek en dat het verzoek zonder zitting kon worden behandeld vanwege de spoedeisendheid.
Verzoeker stelde dat de overdracht onrechtmatig is omdat hij een herhaalde asielaanvraag heeft ingediend en de uitkomst daarvan in Nederland mag afwachten. De voorzieningenrechter stelde vast dat het bezwaar tegen feitelijke overdracht beperkt is tot de wijze van uitvoering of nieuwe feiten die de rechtmatigheid van de overdracht aantasten. Verzoeker had geen nieuwe feiten aangevoerd en bovendien was vastgesteld dat hij geen herhaalde asielaanvraag had ingediend.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de feitelijke overdracht aan Duitsland wordt afgewezen wegens gebrek aan redelijke kans van slagen.