ECLI:NL:RBDHA:2026:12965
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis meerderjarige dochter en kleinkinderen
Eiseres, een stateloze Palestijnse vrouw woonachtig in Syrië, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland in het kader van nareis bij haar moeder, de referent, die een verblijfsvergunning asiel bezit. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat eiseres en haar kinderen niet meer feitelijk tot het gezin van de referent behoren en er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheid bestaat.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat de gezinsband tussen eiseres en de referent is verbroken en dat de belangenafweging ten aanzien van de kinderen, ondanks hechte persoonlijke banden met de referent en haar dochter, in hun nadeel uitvalt. Verweerder heeft alle relevante feiten, waaronder de humanitaire situatie in Syrië en de stateloze status van eiseres en haar kinderen, betrokken in de belangenafweging.
De rechtbank stelt dat het belang van de kinderen bij verblijf in Nederland niet opweegt tegen het algemeen belang van Nederland bij een restrictief toelatingsbeleid, mede omdat de kinderen het meest gebaat zijn bij verblijf bij hun biologische moeder in Syrië. Ook het ontbreken van toestemming van de vader en het economisch belang van de staat zijn meegewogen.
De rechtbank concludeert dat de belangenafweging een fair balance vormt en wijst het beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis wordt ongegrond verklaard.