ECLI:NL:RBDHA:2026:1294
Rechtbank Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goeder trouw en onvoldoende aannemelijkheid voortzetting onderneming
Verzoeker, een ondernemer, heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) met een eerdere ingangsdatum. De rechtbank heeft dit verzoek behandeld en beoordeeld aan de hand van de voorwaarden voor toelating tot de WSNP.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker niet te goeder trouw is geweest in de afgelopen drie jaar, omdat hij aanzienlijke belastingschulden heeft laten ontstaan en niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen tot afdracht van loonheffing en omzetbelasting. Ook in jaren waarin de onderneming winstgevend was, zijn schuldeisers niet betaald terwijl er wel privé onttrekkingen plaatsvonden.
Het beroep op de hardheidsclausule wordt verworpen omdat er geen wijziging van omstandigheden is gebleken en de budgetbegeleiding niet heeft geleid tot betaling van belastingschulden of overname van de boekhouding. Daarnaast is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat verzoeker de WSNP-verplichtingen zal nakomen, omdat hij geen realistische begroting of onderbouwde prognoses heeft verstrekt die een levensvatbare bedrijfsvoering en kundig ondernemerschap aantonen.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot toelating tot de WSNP af. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de WSNP wordt afgewezen wegens gebrek aan goeder trouw en onvoldoende aannemelijkheid van nakoming verplichtingen.