AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid en illegale uitreis
Eiseres, een Eritrese vrouw, diende een asielaanvraag in na problemen met de autoriteiten vanwege de desertie van haar partner uit het leger. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de verklaringen over de desertie en de illegale uitreis, mede omdat de grenzen open waren tijdens haar vertrek.
In beroep stelde eiseres dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de culturele context in Eritrea en de emotionele omstandigheden, en dat de beoordeling van haar geloofwaardigheid in strijd was met het Unierecht. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de problemen met de autoriteiten en de illegale uitreis niet geloofwaardig zouden zijn.
De rechtbank benadrukte dat het ontbreken van zichtbare grenscontroles niet automatisch betekent dat de uitreis legaal was, en dat de verklaringen van eiseres over het gebruik van een smokkelaar niet onverenigbaar zijn met een illegale uitreis. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd.
Voetnoten
1.Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw.
3.Op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw.
4.Op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw.
5.Ter onderbouwing verwijst eiseres naar een e-mailbericht van Vluchtelingenwerk Nederland; en naar het rapport van de EUAA/EASO uit 2019 ‘Eritrea: National service, exit and return’, het rapport van Human Rights Watch uit 2009 ‘Service for life’, en het rapport van Amnesty International uit 2015 ‘Just deserters’.
6.Zoals vastgelegd in paragraaf C7/11.4.5 van de Vreemdelingencirculaire (Vc); Ter onderbouwing verwijst eiseres naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 18 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2601. 8.Dit komt overeen met stap 2b van de geloofwaardigheidsbeoordeling zoals vastgelegd in Werkinstructie (WI) 2024/6.
9.Zie het nader gehoor, pagina’s 27-28.
10.Onder meer van EUAA, Human Rights Watch en Amnesty International, zie voetnoot 5.
11.Zie bijvoorbeeld paragraaf 3.2.3 van het Algemeen ambtsbericht Eritrea van oktober 2019, paragraaf 3.2.1 en 3.2.3 van het EASO-rapport ‘
13.Zie r.o. 9 en 9.1.
14.1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1.