ECLI:NL:RBDHA:2026:12916
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf op basis van huwelijk Eritrea en schending hoorplicht
Eiseres, met de Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar echtgenoot in Nederland te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af omdat het huwelijk niet aannemelijk was en verwees naar een verouderd ambtsbericht. Tevens werd het inburgeringsvereiste niet als voldaan beschouwd en werd artikel 8 EVRM Pro niet geschonden geacht.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte het nieuwere ambtsbericht van december 2023 niet heeft betrokken, waarin staat dat religieuze huwelijken wettelijk geldig zijn, ook zonder registratie. De rechtbank vindt de motivering onvoldoende en acht de verschillende schrijfwijzen van de naam geen reden om het huwelijk niet aan te nemen.
Verder is de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro onvoldoende gemotiveerd, omdat verweerder geen onderzoek deed naar het gezinsleven en eiseres en referent niet heeft gehoord, wat een schending van de hoorplicht inhoudt. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot afwijzing van de mvv-aanvraag wegens onvoldoende motivering en schending van de hoorplicht en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen.