Op 27 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak betreffende een asielaanvraag die door eiser was ingediend op 21 september 2024. Eiser stelde dat de minister van Asiel en Migratie niet tijdig had beslist op zijn aanvraag. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn was verstreken en dat de minister niet had gereageerd op het verzoek van eiser om binnen twee weken alsnog te beslissen. Hierdoor was het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. De rechtbank heeft de minister opgedragen om binnen zestien weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen op de aanvraag, met inachtneming van het '8+8 wekenmodel'. Indien de minister deze termijn overschrijdt, moet hij een dwangsom van € 100,- per dag betalen, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast is de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.