ECLI:NL:RBDHA:2026:128
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid België
In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 19 november 2025 niet in behandeling genomen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiseres is het met dat besluit niet eens en heeft op 20 november 2025 beroep ingesteld. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
De rechtbank beoordeelt (ambtshalve) de ontvankelijkheid van het beroep en – in dat verband – of eiseres procesbelang heeft bij haar beroep. Verweerder heeft op 17 december 2025 de rechtbank bericht dat eiseres volgens meldingen van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers op 4 december 2025 met onbekende bestemming is vertrokken en dat verweerder niet is gebleken dat eiseres zich daarna weer heeft gemeld. De gemachtigde van eiseres heeft vervolgens op 29 december 2025 de rechtbank meegedeeld dat hij geen contact meer heeft met eiseres en dat hij ook niet weet waar zij verblijft.
Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder verweerder te laten weten waar hij verblijft, in beginsel ervan wordt uitgegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk verzochte bescherming in Nederland. Dit is anders als de vreemdeling contact met zijn gemachtigde onderhoudt.
Gezien de informatie van verweerder en de gemachtigde van eiseres, gaat de rechtbank ervan uit dat eiseres kennelijk geen prijs meer stelt op de door haar aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Daarom heeft eiseres geen procesbelang bij een inhoudelijke behandeling van het door haar ingestelde beroep. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.