Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 12 november 2023 ontvangen, maar de minister had na 21 maanden nog geen besluit genomen. Eiser stelde de minister op 24 september 2025 schriftelijk in gebreke en diende daarna beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister de beslistermijn van 21 maanden heeft overschreden en de ingebrekestelling correct is gedaan. De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt.
Daarnaast krijgt eiser een proceskostenvergoeding van € 467,- toegekend, omdat hij een professionele gemachtigde heeft ingeschakeld en de zaak alleen over de overschrijding van de beslistermijn gaat. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier M.H.G.P. Tober op 8 januari 2026.