Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.J. de Lange, griffier.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag beoordeelt het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft partijen uitgenodigd voor een zitting, maar deze later ingetrokken omdat partijen geen zitting wensten.
De minister heeft meegedeeld dat eiser op 3 april 2026 met onbekende bestemming is vertrokken, en de gemachtigde van eiser heeft verklaard geen contact meer met hem te hebben. De rechtbank overweegt dat als een asielzoeker vertrekt zonder contact te onderhouden, dit kan betekenen dat hij geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland, waardoor het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard wegens gebrek aan procesbelang.
Gezien het ontbreken van contact en het vertrek met onbekende bestemming, concludeert de rechtbank dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek van eiser met onbekende bestemming.