Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:12326

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
25/1254
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:72 AwbArt. 2.3 JeugdwetArt. 9 Verordening Jeugdhulp Noordwijk 2022
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit afwijzing pgb voor speltherapie wegens niet gevolgd stappenplan Jeugdwet

Eiser vroeg een persoonsgebonden budget (pgb) aan voor speltherapie op grond van de Jeugdwet, maar de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek (ISD) wees dit af. De ISD stelde dat op grond van de verordening geen individuele jeugdhulp voor speltherapie kan worden verstrekt, tenzij het onderdeel is van multidisciplinaire geneeskundige behandeling binnen de geneeskundige ggz.

De rechtbank constateerde dat het verplichte stappenplan onder de Jeugdwet niet was gevolgd, waardoor niet duidelijk was welke problemen en stoornissen eiser had en welke hulp passend was. Hierdoor was het besluit onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd. De rechtbank oordeelde dat de ISD een nieuw besluit moet nemen waarbij actief onderzoek wordt gedaan naar de hulpvraag van eiser en zijn ouders in de relevante periode.

Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat nog niet vaststaat of eiser schade heeft geleden door de onrechtmatige besluitvorming. De rechtbank wees ook een bestuurlijke lus af als oplossing en bepaalde dat de ISD binnen acht weken een nieuw besluit moet nemen. Daarnaast moet de ISD het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de ISD moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen met inachtneming van het stappenplan onder de Jeugdwet.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/1254

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 april 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats 1] , eiser

(gemachtigde: mr. S. Cloosterman),
en
het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek,de ISD
(gemachtigde: P.J.J.P. van der Zalm).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om een individuele jeugdhulpvoorziening op grond van de Jeugdwet (Jw) in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) voor vaktherapie (speltherapie). Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit moet worden vernietigd. Het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Bij besluit van 15 juli 2024 (het primaire besluit) heeft de ISD de aanvraag om een pgb voor speltherapie ten behoeve van eiser afgewezen. Met het bestreden besluit van 6 januari 2025 op het bezwaar van eiser is de ISD bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De ISD heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 15 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de vader en moeder van eiser, zijn gemachtigde en de gemachtigde van de ISD.

Beoordeling door de rechtbank

3. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4. Eiser is geboren op [geboortedatum] 2015. Zijn ouders zijn gescheiden en eiser woont bij zijn moeder in [woonplaats 1] . De vader van eiser woont in [woonplaats 2] . Op 14 oktober 2022 heeft vader aangifte gedaan tegen moeder en is er een melding bij Veilig thuis gedaan. De melding is vervolgens overgedragen aan de stichting [stichting] [1] , locatie [locatie 1] . Het dossier is vervolgens naar de achtergrond verdwenen vanwege personele verschuivingen bij de stichting [stichting] en pas in januari 2024 weer opgepakt. De situatie van eiser verslechterde tussen de aangifte en januari 2024. De ouders hebben aangegeven dat sprake is van psychologische en psychosociale klachten bij eiser, mede door de veranderingen vanwege de scheiding. Uiteindelijk is het dossier medio mei 2024 weer overgedragen aan de stichting [stichting] , locatie [locatie 2] , en heeft er een intake plaatsgevonden op 17 mei 2024.
4.1.
Op 10 juni 2024 hebben de ouders middels een pgb-plan een aanvraag ingediend bij de stichting [stichting] . In het plan is door de ouders een pgb-aanvraag gedaan voor speltherapie. Eiser heeft van september 2023 tot juli 2024 speltherapie gevolgd bij ‘ [hulpverlener] ’. Het betreft gemiddeld 1 uur per week à € 80,- per uur (inclusief btw). De totale kosten bedragen tot en met 30 mei 2024 € 2.390,94.
4.2.
Bij het primaire besluit heeft de ISD de aanvraag afgewezen. De ISD heeft daaraan ten grondslag gelegd dat er op basis van de verordening [2] geen individuele jeugdhulpvoorziening kan worden verstrekt voor speltherapie.
4.3.
Bij het bestreden besluit heeft de ISD, met verwijzing naar het advies van de commissie voor de bezwaarschriften van 6 januari 2025, het bezwaar ongegrond verklaard. Het stappenplan uit de vaste rechtspraak [3] is niet gevolgd, aldus het besluit. Daardoor is niet vastgesteld welke problemen en stoornissen bij eiser worden ervaren. Daardoor is niet te bepalen welke hulp naar aard en omvang nodig is voor eiser. Er is geen diagnose gesteld en van een behandelplan is ook geen sprake. Er zijn echter geen (medische) stukken en/of gegevens overgelegd waaruit blijkt dat er sprake is van een multidisciplinaire geneeskundige behandeling in het kader van de geneeskundige ggz, en ook geen stukken waaruit blijkt dat deze behandeling nodig wordt geacht. Voor de afgenomen speltherapie kan op grond van artikel 9 van Pro de verordening geen individuele jeugdhulpvoorziening worden verstrekt. Dit kan alleen als het een onderdeel is van een multidisciplinaire geneeskundige behandeling in het kader van de geneeskundige ggz. Uit de toelichting bij dit artikel blijkt dat indien er enkel sprake is van speltherapie, verwezen wordt naar de (aanvullende) zorgverzekering. Als er geen vergoeding kan plaatsvinden vanuit de zorgverzekering, betekent dit volgens het besluit niet dat er automatisch een pgb moet worden verstrekt. Dat andere gemeenten op basis van andere regels wel een pgb voor speltherapie verstrekken, maakt ook niet dat dit moet worden verstrekt door de ISD. Hoewel de looptijd van het dossier te lang is geweest kan dit niet leiden tot toepassing van de hardheidsclausule, aldus de ISD.
5. De rechtbank stelt voorop dat niet in geschil is dat het stappenplan onder de Jeugdwet [4] niet is gevolgd. Reeds gelet daarop is er sprake van een gebrek in het bestreden besluit. Hoewel in de aanvraag specifiek is gevraagd om een pgb voor speltherapie, betekent dit niet dat de ISD het stappenplan achterwege kon laten. De ISD kan de aanvraag en de gevraagde voorziening immers niet goed beoordelen zonder eerst in kaart te brengen wat precies de hulpvraag is, of er sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en zo ja, welke problemen en stoornissen dat zijn, zo nodig met behulp van specifieke deskundigen. Eerst wanneer de problemen en stoornissen zijn vastgesteld, kan worden bepaald welke hulp naar aard en omvang nodig is voor eiser en of in dit geval speltherapie de aangewezen vorm van hulp is. De rechtbank zal de ISD daarom opdragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiseres. Daarbij zal de ISD actief onderzoek moeten doen naar de hulpvraag van eiser en zijn ouders in de hier te beoordelen periode van 10 juni 2024 (datum indiening aanvraag) tot en met 6 januari 2025 (datum bestreden besluit). Hoewel sinds deze beoordelingsperiode al ruim een jaar is verstreken, is de rechtbank niet op voorhand overtuigd dat een nader onderzoek nu niet meer zinvol is. Verder is van belang dat dit onderzoek ook van belang is voor eventuele toekomstige aanvragen nu de ouders van eiser ter zitting hebben verklaard dat eiser volgens hen nog steeds baat zal hebben bij speltherapie, en dat, mocht speltherapie als voorziening worden toegekend, daar ook gebruik van zal worden gemaakt.
6. Het verzoek van eiser om schadevergoeding voor een bedrag van € 2.790,94, zijnde het totale bedrag dat de ouders zelf hebben betaald voor speltherapie voor eiser, wijst de rechtbank af. Nu de ISD het stappenplan niet heeft gevolgd is nog niet duidelijk of een voorziening in de vorm van speltherapie had moeten worden verleend. De rechtbank kan daarom ook niet beoordelen of eiser als gevolg van de onrechtmatige besluitvorming daadwerkelijk schade heeft geleden.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing over de aanvraag te nemen. De rechtbank heeft onvoldoende informatie om zelf vast te stellen of een voorziening in de vorm van speltherapie noodzakelijk, effectief en passend is voor eiser. De ISD moet eerst nader onderzoek doen, zo nodig met behulp van een deskundige, conform het onder 5. genoemde stappenplan. Ook past de rechtbank niet een bestuurlijke lus toe, omdat dat volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen. Wat verder is aangevoerd hoeft, gezien het voorgaande, niet te worden besproken.
7.1.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de ISD een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de ISD hiervoor 8 weken.
7.2.
Omdat het beroep gegrond is moet de ISD het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. De ISD moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit van 6 januari 2025;
  • draagt de ISD op binnen 8 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
  • bepaalt dat de ISD het griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden;
  • veroordeelt de ISD tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, rechter, in aanwezigheid van mr. H.J. Verspuij-Fung, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 20 april 2026.
- de griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen -
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Bijlage

Artikel 2.3, eerste lid, van de Jeugdwet bepaalt dat indien naar het oordeel van de ISD een jeugdige of een ouder jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, de ISD ten behoeve van de jeugdige die zijn woonplaats heeft binnen zijn gemeente, voorzieningen op het gebied van jeugdhulp treft. De ISD waarborgt een deskundige toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van de aangewezen voorziening, waardoor de jeugdige in staat wordt gesteld:
a. gezond en veilig op te groeien;
b. te groeien naar zelfstandigheid, en
c. voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau.
Artikel 9 van Pro de verordening luidt:
“1. Er bestaat geen recht op jeugdhulp, indien er beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening.
2. Voorzieningen die beschikbaar zijn op basis van de volgende wetten zijn voorliggend op een verstrekking vanuit de Jeugdwet:
a. Passend Onderwijs;
b. Wet Langdurige zorg;
c. Zorgverzekeringswet;
d. Wet Maatschappelijke Ondersteuning.
3. Verstrekking van een passende algemene voorziening, zoals omschreven in artikel 3, is voorliggend op verstrekking van een individuele jeugdhulp voorziening
Toelichting op artikel 9 Voorliggende Pro voorzieningen van de verordening luidt:
“Er kan geen beroep worden gedaan op de jeugdhulp, indien er wettelijk recht bestaat op hulp bij een voorliggende voorziening. Onder een voorliggende voorziening bedoelen we onder andere:
(…)
Zorgverzekeringswet ( Zvw )
Gaat een jeugdige met psychische klachten naar de huisarts en kan de (praktijkondersteuner van de) huisarts deze klachten afdoende behandelen, dan is dit verzekerde zorg die onder de Zvw valt. Als de jeugdige is aangewezen op meer specialistische zorg en begeleiding, dan valt de geestelijke gezondheidszorg aan jeugdigen tot 18 jaar onder de Jeugdwet.
(…)
Vaktherapie
Er kan geen individuele jeugdhulpvoorziening worden verstrekt voor vaktherapie, tenzij dit een onderdeel is van een multidisciplinaire geneeskundige behandeling in het kader van de geneeskundige ggz. De desbetreffende jeugdhulpaanbieder kan dan onder eigen regie vak therapie inzetten. Voor enkel vaktherapie kan geen individuele jeugdhulpvoorziening worden verstrekt en wordt verwezen naar de (aanvullende) zorgverzekering.
(…)”

Voetnoten

1.Stichting die toegang tot zorg en ondersteuning aan de inwoners van de gemeenten Hillegom, Lisse, Teylingen en Noordwijk geeft
2.Verordening Jeugdhulp Noordwijk 2022
3.Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 1 mei 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1477
4.Zie bijvoorbeeld uitgewerkt in de recente uitspraak van de CRvB van 18 september 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1390