ECLI:NL:RBDHA:2026:12270
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Zwitserland
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie beoordeeld om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Zwitserland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De rechtbank oordeelt dat het voornemen voldoende is gemotiveerd en voldoet aan de eisen, met duidelijke redenen waarom Zwitserland verantwoordelijk is en waarom artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet wordt toegepast.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege ernstige problemen in Zwitserse asielcentra, onderbouwd met rapporten en artikelen. De rechtbank stelt echter vast dat de minister op grond van het vertrouwensbeginsel mag uitgaan van de naleving van internationale verplichtingen door Zwitserland, mede ondersteund door eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en het claimakkoord met Zwitserland.
De rechtbank wijst ook het verweer af dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met de door eiser aangevoerde omstandigheden in samenhang met artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De minister heeft de verklaringen van eiser meegenomen bij de beoordeling van het vertrouwensbeginsel, waardoor een aparte beoordeling onder artikel 17 niet Pro nodig is.
Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard, waardoor het besluit van de minister in stand blijft en eiser mag worden overgedragen aan Zwitserland. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier H.A. van der Wal.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen en eiser mag worden overgedragen aan Zwitserland.