Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 23 oktober 2025 waarin de minister werd opgedragen binnen zestien weken te beslissen. Omdat de minister deze termijn heeft overschreden, is het beroep ontvankelijk en gegrond.
De rechtbank overweegt dat het procesbelang blijft bestaan zolang er geen besluit is genomen, ook als een eerder opgelegde dwangsom nog niet volledig is verbeurd. De rechtbank stelt een nieuwe beslistermijn van acht weken vast, waarbij rekening wordt gehouden met het belang van snelle en zorgvuldige besluitvorming en het feit dat de 21-maandentermijn is overschreden.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-, die pas ingaat nadat de eerdere dwangsom volledig is verbeurd. De minister wordt tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser van € 467,-. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier A.W. van Eerden op 8 mei 2026.