Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:12127

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
18 mei 2026
Zaaknummer
C/09/677746 / FA RK 24-9200
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253t BWArt. 798 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing gezamenlijk gezag aan grootvader en moeder over minderjarige kinderen

De moeder en grootvader hebben bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend om gezamenlijk gezag te verkrijgen over drie minderjarige kinderen die feitelijk bij de grootouders verblijven. De moeder is van rechtswege alleen met het gezag belast, terwijl de biologische vader de kinderen niet heeft erkend en geen familierechtelijke betrekking heeft.

Tijdens de zitting op 30 maart 2026 is gebleken dat de grootvader en grootmoeder een belangrijke rol vervullen in het leven van de kinderen, die een stabiele en veilige woonomgeving bij hen hebben. De moeder bezoekt de kinderen vrijwel dagelijks en is mede-verzorger. De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen gegronde vrees bestaat dat de belangen van de kinderen bij toewijzing van het verzoek worden verwaarloosd.

De rechtbank heeft het verzoek op grond van artikel 1:253t BW toegewezen en bepaalt dat het gezag voortaan gezamenlijk aan de moeder en grootvader toekomt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De biologische vader is niet als belanghebbende erkend omdat hij geen juridische ouder is.

Uitkomst: Het gezamenlijk gezag over de minderjarige kinderen wordt toegewezen aan de moeder en grootvader.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-9200
Zaaknummer: C/09/677746
Datum beschikking: 17 april 2026

Gezamenlijk gezag ex artikel 1:253t BW

Beschikking op het op 24 december 2024 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. W.J.G. Schröder te Rotterdam,
en

[grootvader] ,

de grootvader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. W.J.G. Schröder te Rotterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift.
Op 30 maart 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank bij het Wijkcentrum in Den Haag Zuidwest behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder en de grootvader, bijgestaan door hun advocaat, de grootmoeder en [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
De minderjarige [minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de moeder en grootvader luidt:
- te bepalen dat [grootvader] voortaan samen met de moeder zal zijn belast met het gezag over de minderjarige kinderen [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats 1] , [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats 1] ,
voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

Feiten

- Uit de moeder zijn de volgende minderjarige kinderen geboren:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats 1] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats 1] ,
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats 1] .
- De kinderen zijn niet erkend.
- In de Basisregistratie Personen staan de kinderen geregistreerd op het adres van de moeder, maar zij verblijven feitelijk bij hun grootouders.
- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over de kinderen belast.

Beoordeling

Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253t, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW), kan de rechtbank, indien het gezag over een kind bij één ouder berust, op gezamenlijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en een ander dan de ouder die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, hen gezamenlijk met het gezag over het kind belasten. Op grond van het derde lid wordt het verzoek afgewezen indien, mede in het licht van de belangen van een andere ouder, gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.
Op grond van artikel 1:253t, tweede lid, BW wordt in het geval dat het kind tevens in familierechtelijke betrekking staat tot een andere ouder het verzoek slechts toegewezen, indien – kort weergegeven – de ouder en de ander ten minste één jaar voorafgaand aan het verzoek gezamenlijk de zorg voor de minderjarige hebben gehad en de moeder gedurende een periode van ten minste drie jaren aaneengesloten alleen met het gezag over de minderjarige belast is geweest.
Biologisch vader belanghebbende?
Gedurende de procedure heeft de heer [naam 2] via een advocaat kenbaar gemaakt dat hij aangemerkt wil worden als belanghebbende in deze procedure. De rechtbank heeft in antwoord hierop een brief teruggezonden met het bericht dat de heer [naam 2] niet aangemerkt wordt als belanghebbende op grond van artikel 798 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De rechtbank heeft dit zo besloten omdat de heer [naam 2] niet de juridisch vader is van de kinderen, als gevolg waarvan er momenteel geen wettelijke ingang voor de heer [naam 2] is om als juridisch ouder gezamenlijk met de moeder het gezag over de kinderen te verkrijgen. De rechtbank is daarom van oordeel dat deze procedure geen betrekking heeft op de rechten of verplichtingen van de heer [naam 2] .
Onderbouwing verzoek
De moeder en de grootvader onderbouwen hun verzoek als volgt. De moeder kampt al enige tijd met psychische klachten waarvoor zij traumatherapie krijgt bij [hulpverlener] . Voorheen woonden de moeder en de kinderen in [plaats] met de biologisch vader van de kinderen. Dit was volgens de moeder geen goede relatie, waarvoor de moeder nu traumabehandeling krijgt. Ook de kinderen krijgen nog traumabehandeling. Sinds 2024 wonen de kinderen feitelijk bij de grootouders. De moeder komt vaak langs bij haar grootouders en ziet de kinderen daar vrijwel iedere dag. Voor de kinderen is het duidelijk dat de moeder hun moeder is, maar dat zij bij opa en oma wonen en door hen worden opgevoed. Verzoekers achten het daarom wenselijk dat de grootvader mede met de moeder met het gezag wordt belast, zodat zij samen met de moeder gezagsbeslissingen over de kinderen kunnen nemen. Vaststaat volgens verzoekers dat grootvader in nauwe persoonlijke betrekking tot de kinderen staat conform artikel 1:253t BW. De grootvader heeft een bereidverklaring om met de moeder gezamenlijk het gezag uit te oefenen ondertekend en in het geding gebracht. De kinderen staan niet in familierechtelijke betrekking tot een andere ouder.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken is gebleken dat de biologische vader van de kinderen niet betrokken is in hun leven. Doordat de biologische vader de kinderen niet heeft erkend, bestaat er geen familierechtelijke betrekking tussen hen. Het verzoek hoeft derhalve niet te worden getoetst aan het tweede lid van artikel 1:253t BW.
Uit de stukken en het op de zitting besprokene is daarnaast gebleken dat de grootvader en de grootmoeder een aanzienlijke rol vervullen in het leven van de kinderen. De kinderen wonen al enige tijd feitelijk volledig bij de grootouders, waar de moeder langskomt en als mede-verzorger voor de kinderen optreedt. Vaststaat dat er sprake is van een familierechtelijke betrekking tussen de grootvader en de kinderen. Daarnaast bestaat er naar het oordeel van de rechtbank geen gegronde vrees dat bij toewijzing van het verzoek de belangen van de kinderen zouden worden verwaarloosd. Het gaat goed met de kinderen bij de grootouders en zij hebben daar een stabiel en veilig bestaan. Bij de bestaande situatie past dat de moeder en de grootvader gezamenlijk met het gezag worden belast. De rechtbank zal het verzoek van de moeder en de grootvader daarom toewijzen.

BeslissingDe rechtbank:

*
bepaalt dat voortaan aan de grootvader, [grootvader] , geboren op [geboortedatum 4] 1965 te [geboorteplaats 2] ( [geboorteland] ), gezamenlijk met de moeder [de moeder] , geboren op [geboortedatum 5] 1996 te [geboorteplaats 3] , het gezag zal toekomen over de minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats 1] ,
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats 1] ,
  • [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats 1] ,
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, bijgestaan door
mr. L.E. Meisters als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 april 2026.