Uitspraak
Verdeling zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 24 april 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
Procedure
- de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek te verrichten en de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen, met in achtneming van de volgende concrete vragen:
- is het in het belang van de kinderen dat er contact tussen hen en de moeder plaatsvindt?
- zo ja, welke belemmeringen staan in de weg aan het bewerkstelligen van dat (onbelaste) contact op een regelmatige en duurzame wijze?
- hoe kunnen die belemmeringen worden weggenomen?
- is daarbij hulpverlening of begeleiding nodig voor de kinderen, de moeder en/of de vader?
- zo ja, welke vorm van hulpverlening of begeleiding?
- welke zorgregeling past het beste bij de belangen van de kinderen?
gecombineerdbehandeld met het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met zaak- en rekestnummer: C/09/698694 / FA RK 26-162. In die laatste zaak is bij beschikking van deze rechtbank van 31 maart 2026 beslist, in die zin dat het verzoek tot ondertoezichtstelling is afgewezen.
Beoordeling
- de moeder de uitoefening van het recht op een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken met [minderjarige 1] voor de duur van één jaar te ontzeggen, omdat [minderjarige 1] bij haar verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met de moeder heeft doen blijken;
- de moeder de uitoefening van het recht op een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken met [minderjarige 2] voor de duur van één jaar te ontzeggen, omdat omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van [minderjarige 2] .
Beslissing
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats] .