Art. 8 EVRMArt. 3.6a Vreemdelingenbesluit 2000Art. 31 lid 1 Vreemdelingenwet 2000Art. 30b lid 1 Vreemdelingenwet 2000Art. 10:1 Awb
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vernietiging besluit wegens niet-toetsen verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM
Eiseres, afkomstig uit Eritrea, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister werd afgewezen als kennelijk ongegrond vanwege onvoldoende onderbouwing van identiteit, nationaliteit en herkomst.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig achtte, mede omdat eiseres onvoldoende inspanningen heeft verricht om documenten te verkrijgen en het herkomst- en taalonderzoek niet tot andere conclusies leidt.
Eiseres stelde dat de minister ook de illegale uitreis en ontduiking van militaire dienstplicht had moeten onderzoeken, maar dit werd verworpen omdat asielmotieven alleen relevant zijn tegen de achtergrond van geloofwaardige identiteit.
De rechtbank stelt vast dat de minister ten onrechte niet ambtshalve heeft beoordeeld of eiseres op grond van artikel 8 EVRMPro een reguliere verblijfsvergunning toekomt, hetgeen leidt tot vernietiging van het besluit voor zover dit betreft.
De minister krijgt zes weken de tijd om een nieuw besluit te nemen, waarbij ook het verblijfsrecht op grond van het arrest Chavez wordt betrokken. Het beroep is ongegrond voor zover het ziet op de asielaanvraag. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd voor het niet toetsen aan artikel 8 EVRM, maar het beroep wordt ongegrond verklaard voor de asielaanvraag.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL25.54099 (beroep)
NL25.54100 (voorlopige voorziening)
V-nummer: [V-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoekster] , eiseres en verzoekster (hierna eiseres)
(gemachtigde: mr. E. Ceylan),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. Y. van der Lei).
Procesverloop
Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 28 oktober 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Eiseres heeft ook aan de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening die ertoe strekt niet te worden uitgezet totdat op het beroep is beslist.
De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna de rechtbank) heeft het beroep en het verzoek op 12 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, C. Regasa als tolk in de Amhaarse taal en de gemachtigde van de minister.
Overwegingen
1. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de argumenten die daartoe zijn aangevoerd, de beroepsgronden.
Het asielrelaas
2. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres verklaart [verzoekster] te zijn, geboren in [geboorteplaats] , Eritrea op [geboortedag] 2003. Zij verklaart de Eritrese nationaliteit te hebben en tot de Tigrinya bevolkingsgroep te behoren. De vader van eiseres is in Eritrea opgepakt en mishandeld vanwege zijn politieke activiteiten en uiteindelijk overleden. De moeder van eiseres heeft haar toen zij vier was meegenomen naar Ethiopië. Zij hebben in Addis Abeba gewoond, waar de moeder van eiseres is overleden toen eiseres tien was. Bij terugkeer naar Eritrea vreest eiseres politiek vervolgd te worden, net als haar vader en moeder. Daarnaast heeft eiseres het land illegaal verlaten én vreest zij voor de militaire dienst.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
1. identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. militaire dienstplicht in Eritrea; en
3. illegale uitreis.
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres niet geloofwaardig worden geacht. De overige asielmotieven zijn daarom verder niet getoetst. De minister concludeert dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is. [1]
Beoordeling van het beroep
De geloofwaardigheidsbeoordeling
4. Eiseres voert aan dat de geloofwaardigheidsbeoordeling die de minister toepast problematisch is en in strijd is met het Unierecht. Hiertoe verwijst eiseres naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond van 7 januari 2025. [2]
4.1.
De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat de toepassing van de in Werkinstructie (WI) 2024/6 neergelegde geloofwaardigheidsbeoordeling in iedere asielzaak zonder meer leidt tot een met het Unierecht of het EVRM [3] strijdige geloofwaardigheidsbeoordeling. Wel zijn er situaties denkbaar waarin de toepassing van WI 2024/6 in een concrete zaak kan leiden tot een geloofwaardigheidsbeoordeling die in strijd is met artikel 4 vanPro de Kwalificatierichtlijn [4] . De rechtbank verwijst hiervoor naar rechtsoverweging 7.1 van de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 24 november 2025 [5] , waarin zij al eerder tot dit oordeel kwam. Uit deze uitspraak volgt dat per individuele zaak moet worden beoordeeld of de verrichte geloofwaardigheidsbeoordeling in lijn met het (Unie)recht is. Eiseres heeft geen concrete omstandigheden aangevoerd die maken dat daarvan in haar geval sprake is. De beroepsgrond slaagt niet.
De identiteit, nationaliteit en herkomst
5. Eiseres voert aan dat ten onrechte haar identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig zijn geacht. Eiseres heeft een goede verklaring gegeven voor het ontbreken van documenten. Zij is op jonge leeftijd gevlucht uit Eritrea, zij was toen nog niet verplicht om een identiteitskaart te bezitten. Uit landeninformatie [6] blijkt ook dat een groot deel van de Eritrese bevolking geen identiteitskaart heeft. Verder heeft eiseres zich tijdens haar verblijf in Ethiopië niet gemeld bij de vluchtelingenkampen vanwege de slechte omstandigheden daar [7] en heeft zij geen rechtmatig verblijf gehad in dat land. Zij kan dus ook geen documenten overleggen die haar verblijf in Ethiopië onderbouwen. De minister had een herkomstonderzoek of een taalanalyse moeten doen om te achterhalen of zij Amhaars met een Eritrees accent spreekt.
5.1.
De rechtbank stelt vast dat eiseres geen documenten heeft overgelegd om haar identiteit, nationaliteit en herkomst te onderbouwen. Eiseres heeft in het nader gehoor wel aangegeven dat zij in bezit is geweest van zowel een geboorteakte als een doopakte, zij is deze echter kwijtgeraakt. [8] Eiseres heeft aangegeven dat zij in Griekenland nog wel heeft geprobeerd om mensen in Eritrea te benaderen om documenten op te vragen, maar dat zij sinds haar komst in Nederland geen pogingen heeft ondernomen om documenten te verkrijgen. De minister heeft zich dan ook op het standpunt kunnen stellen dat eiseres zich onvoldoende heeft ingespannen om haar identiteit, nationaliteit en herkomst te onderbouwen. Ook heeft eiseres voor een langere periode in Ethiopië verbleven bij een kerk, en heeft zij verklaard dat zij onderwijs gevolgd bij die kerk. Ook hiervan had zij documenten kunnen overleggen.
5.2.
Met betrekking tot het herkomstonderzoek oordeelt de rechtbank als volgt. De minister heeft in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd dat dit gelet op de zeer jonge leeftijd waarop eiseres uit Eritrea is vertrokken niet mogelijk is. Uit het nader gehoor [9] , blijkt dat eiseres ten tijde van het vertrek te jong was om zich voldoende te kunnen herinneren over haar tijd in Eritrea, wat ook logisch is.
5.3.
Ook met betrekking tot het taalonderzoek volgt de rechtbank de motivering van de minister dat deze onderzoeksmethode geen uitsluitsel zal bieden. Alleen de taal die eiseres daadwerkelijk spreekt kan worden geanalyseerd, in dit geval is dat Amhaars. De minister heeft toegelicht dat daarom alleen kan worden vastgesteld of zij afkomstig is uit Ethiopië. Bij zo’n onderzoek kan niet worden achterhaald of eiseres uit Eritrea komt.
5.4.
Bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de identiteit, nationaliteit en herkomst heeft verweerder bovendien van belang mogen achten dat eiseres enkel Amhaars spreekt, terwijl zij tot haar vierde in Eritrea heeft gewoond en ook daarna tot haar tiende met haar moeder heeft gewoond. Dat haar moeder haar stimuleerde om Amhaars te leren en dat zij langzamerhand met haar moeder ook Amhaars begon te spreken, is onvoldoende verklaring voor het feit dat eiseres helemaal geen Tigrinya meer spreekt.
5.5.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de minister niet ten onrechte de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres ongeloofwaardig heeft geacht. Eiseres heeftonvoldoende inspanning verricht om dat deel van haar asielrelaas te onderbouwen. De beroepsgrond slaagt niet.
5.6.
Eiseres voert verder aan dat de minister, ondanks het feit dat de identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig zijn, toch ook de illegale uitreis en het ontduiken van de dienstplicht had moeten onderzoeken. Het is echter vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State [10] dat asielmotieven alleen betekenis hebben tegen de achtergrond van de herkomst, nationaliteit en identiteit van de vreemdeling. Ook deze beroepsgrond slaagt dus niet.
Ondertekenen van het besluit
6. Eiseres voert tot slot nog aan dat het besluit niet is ondertekend. Daarmee is ook niet controleerbaar of het besluit bevoegd is genomen.
6.1.
Uit de uitspraak van de Afdeling van 6 november 2023 [11] volgt dat een besluit kenbaar en toetsbaar moet zijn. De vreemdeling moet kunnen controleren of het besluit door een bevoegd persoon genomen is. In dit geval is sprake van een – regulier – afdoeningsmandaat in de zin van artikel 10:1 vanPro de Awb. In die situatie is ondertekening niet verplicht. [12] Daar komt bij dat het voor eiseres wel mogelijk is om te controleren of het besluit door een bevoegd persoon is genomen. Onderaan het besluit staat immers de naam van de beslismedewerker die het besluit genomen heeft. Ook staat in het colofon van het besluit dat de beslismedewerker werkzaam is bij de Directie Asiel & Bescherming, A&B Schiphol. Ook zonder handtekening van de beslismedewerker is het besluit voldoende kenbaar en toetsbaar voor eiseres. Er is dan ook geen sprake van een gebrek. De beroepsgrond slaagt niet.
7. Eiseres heeft in Nederland een kind gekregen met een Nederlandse partner. Zij voert aan dat de minister, gelet op artikel 3.6a van het Vreemdelingenbesluit 2000, ambtshalve had moeten beoordelen of aan eiseres een reguliere verblijfsvergunning op grond van artikel 8 vanPro het EVRM verleend moest worden. De minister heeft erkend dat dit ten onrechte niet is gebeurd. Deze beroepsgrond slaagt dan ook.
Conclusie en gevolgen
8. Uit overweging 7 volgt dat het beroep gegrond is. Het besluit zal dan ook worden vernietigd, voor zover daarin niet is getoetst aan artikel 8 vanPro het EVRM. De minister heeft ten onrechte niet beoordeeld of aan eiseres op grond van artikel 8 vanPro het EVRM een reguliere verblijfsvergunning moet worden verleend. De minister moet daarover een nieuw besluit nemen. De minister heeft aangegeven dat in het nieuwe besluit ook het verblijfsrecht op grond van het arrest Chavez zal worden getoetst. De rechtbank geeft daarvoor een termijn van zes weken na bekendmaking van deze uitspraak.
9. De rechtbank heeft onder 4 en 5 overwogen dat de beroepsgronden ten aanzien van het asielrelaas niet slagen. Het beroep is dus ongegrond voor zover het ziet op de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres.
10. Nu er is beslist op het beroep van eiseres, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. De rechtbank wijst het verzoek dan ook af.
11. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiseres gemaakte proceskosten en stelt deze kosten vast op € 2.802,- (1 punt voor het indienen van een beroepsschrift, 1 punt voor het indienen van een verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank, in zaak met zaaknummer NL25.54099:
verklaart het beroep gegrond voor zover het ziet op het niet beslissen op de reguliere verblijfsvergunning op grond van artikel 8 vanPro het EVRM;
vernietigt het bestreden besluit in zoverre;
bepaalt dat de minister binnen 6 weken na bekendmaking van deze uitspraak een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak; en
verklaart het beroep ongegrond voor zover het ziet op de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres.
De voorzieningenrechter, in de zaak met zaaknummer NL25.54100:
- wijst het verzoek af.
De rechtbank, in beide zaken:
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.802,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Schaberg, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. E. Waal, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.
Voetnoten
1.Dat is gebaseerd op artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en artikel 30b, eerste lid, aanhef, onder d en onder e van de Vw.
6.Zoals het Algemeen ambtsbericht Eritrea van december 2023
7.Hiertoe wijst eiseres onder andere naar een rapport van Human Rights Watch, Ethiopia: Eritrean Refugees Targeted in Tigray, van 16 september 2021 en een bericht van Reuters, Eritrean and Tigrayan forces killed and raped refugees van 16 september 2021.
8.Op pagina 4 nader gehoor.
9.Bijvoorbeeld uit pagina 8, 11 en 17 blijkt dat eiseres over Eritrea enkel kan verklaren wat zij van haar moeder heeft gehoord.