Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11547

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
NL24.20059
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming

Eiseres diende op 22 oktober 2021 een asielaanvraag in, die op 7 mei 2024 door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen dit besluit stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.

De rechtbank onderzocht ambtshalve of eiseres nog procesbelang had. Verweerder meldde dat eiseres op 5 december 2024 met onbekende bestemming was vertrokken en sindsdien geen contact meer had met de IND, COA, AVIM of DT&V. De gemachtigde van eiseres bevestigde dat zij niet van plan was terug te keren naar het asielzoekerscentrum en geen informatie gaf over haar verblijfplaats. Pogingen om contact te leggen mislukten.

Op grond van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder mededeling vertrekt en geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde, geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. De rechtbank concludeerde dat eiseres geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van haar asielverzoek.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelde zij de zaak niet inhoudelijk. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken en geen procesbelang meer heeft.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.20059

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. G. Palanciyan),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag. Eiseres heeft haar asielaanvraag op 22 oktober 2021 ingediend. Met het bestreden besluit van 7 mei 2024 heeft verweerder de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiseres procesbelang heeft bij het beroep.
3. Verweerder heeft de rechtbank op 12 december 2024 bericht dat eiseres volgens het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) op 5 december 2024 met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. Het is verweerder niet gebleken dat eiseres zich inmiddels weer heeft gemeld bij de IND, COA, AVIM of DT&V. De gemachtigde van eiseres heeft de rechtbank op 16 december 2024 bericht dat hij eiseres heeft gesproken en zij aangaf dat zij niet terug zou keren naar het asielzoekerscentrum. Verder heeft zij niets medegedeeld over haar huidige verblijfplaats. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiseres op 6 februari 2026 laten weten dat hij heeft geprobeerd om eiseres te bereiken, maar dat dit niet is gelukt. Ook heeft eiseres geen contact met haar gemachtigde opgenomen. Verweerder heeft op 3 maart 2026 te kennen gegeven dat er sinds de MOB-melding geen nieuwe informatie bij verweerder is binnengekomen over de verblijfplaats van eiseres en dat zij nog steeds MOB is.
4. Als de vreemdeling die in Nederland internationale bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, moet er in beginsel van worden uitgegaan dat hij kennelijk geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Dit volgt uit vaste rechtspraak, bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 30 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3988. Dit is volgens de Afdeling slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
5. De rechtbank stelt op basis van de berichtgeving van verweerder en van de gemachtigde van eiseres vast dat eiseres de opvang heeft verlaten zonder aan verweerder te laten weten waar zij verblijft, dat eiseres geen contact meer onderhoudt met haar gemachtigde en dat de gemachtigde van eiseres niet weet waar eiseres precies verblijft. Onder die omstandigheden neemt de rechtbank aan dat eiseres kennelijk geen prijs meer stelt op de behandeling van haar asielverzoek in Nederland. Eiseres heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak daarom niet inhoudelijk. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Boesman, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Roozeboom , griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.