Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
verlengentot ten hoogste 21 maanden. Met artikel 43, eerste lid, van de Vw is beoogd artikel 31, vierde lid, van de Procedurerichtlijn te implementeren in nationaal recht. Artikel 31, vierde lid, van de Procedurerichtlijn bepaalt dat lidstaten het afronden van de onderzoeksprocedure van een asielaanvraag kunnen
uitstellenwanneer redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat de beslisautoriteit door een onzekere situatie in het land van herkomst die naar verwachting tijdelijk is, een beslissing neemt binnen de vastgestelde termijn. In dat geval onderzoeken de lidstaten de situatie in het land van herkomst ten minste om de zes maanden opnieuw.
verlengdmet een jaar tot ten hoogste eenentwintig maanden. Anders dan in artikel 31, vierde lid, van de Procedurerichtlijn - waarin wordt gesproken over het
uitstellenvan de beslistermijn -
verlengenvan de beslistermijn. De rechtbank stelt vast dat verlengen en uitstellen niet dezelfde strekking hebben en legt het standpunt van opposant aldus uit dat hij van mening is dat het besluitmoratorium in lijn met artikel 31, vierde lid, van de Procedurerichtlijn moet worden uitgelegd.
verlengenin het besluitmoratorium op te vatten als
uitstellen. De rechtbank verwijst hierbij net zoals voornoemde zittingsplaatsen van deze rechtbank naar de woordkeuzes in de verschillende taalversies van artikel 31, vierde lid, van de Procedurerichtlijn, waarin wordt gesproken over uitstellen, postpone, différer en aufschieben. Ook verwijst de rechtbank naar het derde lid van artikel 31 van Pro de Procedurerichtlijn waaruit volgt dat een beslistermijn weliswaar kan worden
verlengd, extend, prolonger of verlängern maar dan onder de aldaar vermelde omstandigheden (te weten wanneer complexe feitelijke en/of juridische kwesties aan de orde zijn, of wanneer een groot aantal onderdanen van derde landen of staatlozen tegelijk om internationale bescherming verzoeken waardoor het in de praktijk zeer moeilijk is de procedure binnen de termijn van zes maanden af te ronden, of wanneer de vertraging duidelijk is toe te schrijven aan het feit dat verzoeker op hem rustende verplichtingen niet nakomt). De Uniewetgever heeft dus een onderscheid gemaakt tussen verlengen en uitstellen, een en ander afhankelijk van de aan de orde zijnde omstandigheden. Het doel van artikel 31, vierde lid, van de Procedurerichtlijn is om de beslistermijn
uit te stellenals redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat een beslissingsautoriteit binnen de gestelde termijnen een beslissing neemt door een onzekere situatie in het land van herkomst die naar verwachting tijdelijk is, en niet om de beslistermijn in die gevallen te
verlengen. Alhoewel in artikel 2 van Pro het besluitmoratorium wordt gesproken over het verlengen van de beslistermijn, brengt een richtlijnconforme uitleg met zich mee dat dit uitgelegd moet worden als uitstellen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat op grond van artikel 31, vierde lid, van de Procedurerichtlijn de beslistermijn met het besluitmoratorium niet kan worden verlengd, maar hoogstens dat de beslissing kan worden uitgesteld zolang het besluitmoratorium geldt, te weten zes maanden.