Op 21 november 2025 werd de auto van eiser geparkeerd aangetroffen aan de Reimsstraat te Zoetermeer, een locatie waar betaald parkeren geldt. Verweerder legde een naheffingsaanslag parkeerbelasting op omdat geen geldige parkeervergunning zichtbaar was. Eiser stelde dat zijn geldige invalidenparkeerkaart duidelijk zichtbaar achter de voorruit was bevestigd.
Tijdens de zitting op 17 april 2026 was verweerder verhinderd en eiser verscheen niet. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende bewijs had geleverd dat de invalidenparkeerkaart niet zichtbaar was, mede vanwege reflecties op de foto’s die verweerder overlegde. De Hoge Raad heeft bepaald dat het niet voldoen aan de zichtbaarheidsverplichting betekent dat er geen sprake is van parkeren met vergunning.
De rechtbank vernietigde daarom de naheffingsaanslag en de uitspraak op bezwaar, en droeg verweerder op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden. Er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter A. van Welie op 1 mei 2026.