Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende in Nederland een opvolgende asielaanvraag in nadat hij eerder was overgedragen aan Kroatië, dat volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor zijn asielprocedure. De minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling en verwees naar Kroatië als verantwoordelijke lidstaat.
Eiser voerde aan dat Kroatië niet langer verantwoordelijk kon worden geacht vanwege zijn negatieve ervaringen, waaronder mishandeling en ontoereikende opvang, en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer van toepassing was. Tevens stelde hij dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan en onvoldoende rekening had gehouden met zijn zienswijze en het feit dat hij niet was verschenen voor een gehoor.
De rechtbank oordeelde dat de uitnodiging voor het gehoor correct was verzonden en dat eiser onvoldoende had geconcretiseerd wat hij aanvullend had willen inbrengen. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden omdat Kroatië partij is bij relevante verdragen en er geen bewijs is dat Kroatië zijn verplichtingen niet nakomt. De minister hoefde geen nader onderzoek te verrichten omdat Kroatië het terugnameverzoek had geaccepteerd.
Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die overdracht aan Kroatië onevenredig maakten, en het verblijf van een familielid in Nederland vormde geen grond voor behandeling in Nederland. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Kroatië verantwoordelijk blijft volgens de Dublinverordening.