ECLI:NL:RBDHA:2026:11386
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken reëel risico op vervolging of ernstige schade
Eiser, een Afghaanse staatsburger van Oezbeekse afkomst, diende op 3 juni 2023 een asielaanvraag in. Hij vreesde vervolging door de Taliban vanwege zijn etniciteit en persoonlijke omstandigheden, waaronder het ontbreken van baardgroei en zijn verblijf in het westen. Verweerder wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende risico op vervolging.
De rechtbank had eerder het besluit van 12 november 2024 vernietigd omdat verweerder onvoldoende gemotiveerd had waarom geen reëel risico bestond. Verweerder nam daarop een nieuw besluit, dat opnieuw werd aangevochten. De rechtbank oordeelt dat verweerder ditmaal wel een deugdelijke, samenhangende beoordeling heeft gemaakt, waarbij de individuele omstandigheden van eiser zijn meegewogen.
De rechtbank concludeert dat de aangevoerde rapporten en omstandigheden onvoldoende bewijs leveren voor een gegronde vrees voor vervolging of ernstige schade. Ook is voldaan aan het motiveringsbeginsel en zijn de wettelijke voorschriften correct toegepast. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.