Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11290

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
C/09/680163 / FA RK 25-1071
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Brussel II terArt. 7 Brussel II terArt. 10:56 BWArt. 815 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot echtscheiding tussen partijen met Filipijnse nationaliteit

De vrouw heeft op 12 februari 2025 een verzoek tot echtscheiding ingediend bij de rechtbank Den Haag. Partijen zijn in 2016 in het buitenland gehuwd en hebben een minderjarig kind dat in het buitenland woont bij de ouders van de vrouw. De vrouw en de man hebben de Filipijnse nationaliteit.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de vrouw sinds oktober 2023 haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, waardoor de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van artikel 3 Brussel Pro II ter. Het toepasselijke recht is Nederlands recht volgens artikel 10:56 BW Pro. Hoewel de vrouw geen ouderschapsplan heeft overgelegd, acht de rechtbank dit niet vereist omdat het kind in het buitenland woont en de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft over ouderlijke verantwoordelijkheid volgens artikel 7 Brussel Pro II ter.

De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, hetgeen door de man niet is betwist. De rechtbank verklaart het verzoek ontvankelijk en wijst het toe. De echtscheiding wordt uitgesproken op 10 april 2026 door rechter A. Emmens.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot echtscheiding toe en spreekt de echtscheiding uit.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-1071
Zaaknummer: C/09/680163
Datum beschikking: 10 april 2026

Scheiding

Beschikking op het op 12 februari 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.G. Groen te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen en buiten Nederland.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 28 februari 2025 van de vrouw, met betekeningexploot;
  • het F9-formulie van 11 juli 2025 van de vrouw, met herstelexploot met publicatie Staatscourant.
Op 23 maart 2026 heeft ter zitting van deze rechtbank een
gecombineerde behandelingplaatsgevonden van zowel onderhavig verzoek als het verzoek van de vrouw tot ontkenning van het vaderschap en tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap (C/09/685741 / FA RK 25-3880). Op dit laatste verzoek wordt bij afzonderlijke beschikking beslist.
Op de zitting zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en vergezeld door de tolk V. Bolt;
  • de heer [naam] als informant.
De man is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de zitting verschenen.

Verzoek

De vrouw verzoekt de echtscheiding uit te spreken tussen partijen.

Feiten

  • Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2016 te [plaats 1] , [land 1] .
  • Voor het huwelijk van partijen is het volgende nu nog minderjarige kind van partijen geboren: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats] , [land 1] .
  • De [minderjarige 1] woont op [land 1] bij de ouders van de vrouw.
  • De vrouw en de man hebben de Filipijnse nationaliteit.
  • De moeder is ook de moeder van [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2025. De heer [naam] is de biologische vader van [minderjarige 2].

Beoordeling

Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Op de zitting is de rechtsmacht van de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding besproken. De vrouw en de man hebben de Filipijnse nationaliteit. Het verzoek is ingediend op 12 februari 2025. Volgens de Registratie Niet Ingezetenen verbleef de vrouw op dat moment in [land 2] . Volgens de Basisregistratie Personen staat de vrouw sinds 3 juli 2025 ingeschreven in Nederland. De rechtbank stelt echter op basis van hetgeen op de zitting is besproken vast dat de vrouw in ieder geval sinds oktober 2023 in Nederland woont, bij de heer [naam] in [plaats 2] . De vrouw heeft dit op de zitting verklaard en de heer [naam] heeft dit bevestigd.
De vrouw heeft dus sinds meer dan een jaar voor de indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding haar gewone verblijfplaats in Nederland gehad. Daarom komt, gelet op het bepaalde in artikel 3 Brussel Pro II ter aan de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe. De rechtbank zal op grond van artikel 10:56, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.
Ontvankelijkheid
Door de vrouw is geen ouderschapsplan overgelegd overeenkomstig artikel 815 tweede Pro lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Nu het ouderschapsplan in de wet geformuleerd is als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken, heeft de rechtbank de bevoegdheid de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek tot echtscheiding, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815, zesde lid, Rv).
De vrouw heeft aangegeven dat de [minderjarige 1] ten tijde van de indiening van het verzoekschrift haar gewone verblijfplaats op [land 1] had en nu nog heeft. Ten aanzien van de in het ouderschapsplan te regelen onderwerpen die doorgaans worden aangeduid met de term ‘ouderlijke verantwoordelijkheid’, komt de Nederlandse rechter ingevolge artikel 7 Brussel Pro II-ter geen rechtsmacht toe. Naar het oordeel van de rechtbank kan van de vrouw daarom niet worden verlangd dat zij een ouderschapsplan overlegt. De rechtbank zal de vrouw ontvangen in haar verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.

Beslissing

De rechtbank:
spreekt uit de echtscheiding tussen de vrouw en de man, gehuwd op [datum] 2016 te [plaats 1] , [land 1] .
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, rechter, bijgestaan door mr. R.P. Bas als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 april 2026.