Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11259

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
10 mei 2026
Zaaknummer
C/09/691313 / JE RK 25-1574
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige

De kinderrechter in Den Haag heeft op 9 april 2026 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2008. Deze beslissing volgt op een eerdere beschikking van 2 oktober 2025 en is genomen na een zitting met gesloten deuren waarbij de moeder en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling aanwezig waren.

De gecertificeerde instelling heeft het verzoek tot verlenging onderbouwd met zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarige. De minderjarige vertoont wisselend gedrag, is meermaals vermist geweest, houdt zich niet aan afspraken, volgt geen behandeling en heeft geen dagbesteding of school. Er is een gebrek aan transparantie over haar verblijf en netwerk, wat de zorgen vergroot. De moeder is moeilijk bereikbaar en kampt met eigen problematiek, waardoor samenwonen momenteel niet mogelijk is.

De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld en dat de verlenging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing worden verlengd tot 10 oktober 2026.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige worden verlengd tot 10 oktober 2026.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/691313 / JE RK 25-1574
Datum uitspraak: 9 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 oktober 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 10 april 2026 en voor dezelfde duur de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. De behandeling van het verzoek is voor het overige aangehouden.
1.2.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 2 oktober 2025 en de daarin genoemde stukken;
- de schriftelijke update van de gecertificeerde instelling van 24 maart 2026.
1.3.
Op 9 april 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door een tolk in de Poolse taal;
- [naam] namens de gecertificeerde instelling.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
Voor een overzicht van de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 2 oktober 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de aangehouden duur van zes maanden. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt onderbouwd. De afgelopen periode zijn de zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van [minderjarige] toegenomen. [minderjarige] is wisselend op de groep aanwezig en is meermaals vermist geweest. [minderjarige] houdt zich niet aan de afspraken, is niet in behandeling, werkt niet aan de doelen en heeft geen dagbesteding of school. [minderjarige] heeft een laatste waarschuwing ontvangen vanwege structureel schoolverzuim en het niet nakomen van de afspraken met de leerplichtambtenaar. De jeugdbeschermer heeft contact gehad met de vriend en schoonmoeder van [minderjarige] en dit lijken betrouwbare en veilige contacten voor haar te zijn. Tegelijkertijd zijn er zorgen dat [minderjarige] niet altijd transparant is waardoor er geen betrouwbaar zicht is op haar verblijf, netwerk of dagstructuur. Er is een aankondiging voor een schriftelijke aanwijzing naar [minderjarige] gestuurd met de afspraken waaraan [minderjarige] zich moet houden en welke consequenties eraan verbonden zijn als zij dat niet doet. De komende periode zal, in aanloop naar de meerderjarigheid van [minderjarige] , worden gekeken naar een passende school, een mentor, bewindvoering, een passende vervolgplek en verlenging van de jeugdhulp. De afgelopen periode is er geen contact geweest tussen de gecertificeerde instelling en de moeder. De moeder verblijft op wisselende plekken binnen haar netwerk en is moeilijk bereikbaar. De moeder kampt met haar eigen problematiek waarvoor zij een casusregisseur heeft bij de gemeente, maar ook de gemeente krijgt moeizaam contact met de moeder.

4.De standpunten

4.1.
De moeder stemt in met het verzoek. Zij heeft naar voren gebracht dat zij veel zorgen heeft over [minderjarige] . De moeder zou graag weer samen met [minderjarige] willen wonen, maar de moeder heeft op dit moment geen woning waardoor dat niet mogelijk is. Toen de moeder wel een vaste verblijfplaats had kwam [minderjarige] vaak langs, maar nu kan dat niet meer en de moeder heeft nu alleen telefonisch contact met [minderjarige] . Sinds [minderjarige] bij [instelling] verblijft heeft de moeder geen grip meer op haar. De moeder heeft haar eigen casusregisseur van de gemeente al drie maanden niet gezien.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2]
De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Hoewel [minderjarige] positieve stappen leek te maken, zijn de zorgen over [minderjarige] sinds de zitting van
2 oktober 2025 toegenomen. [minderjarige] houdt zich niet aan de afspraken op de groep en laat structureel zelfbepalend gedrag zien. Ze verblijft wisselend op de groep en onttrekt zich aan de begeleiding en behandeling. [minderjarige] werkt niet aan de gestelde doelen en gaat niet naar school. Verder is gebleken dat [minderjarige] meermaals niet transparant is geweest over waar en bij wie ze is waardoor er zorgen zijn over haar veiligheid. De moeder kampt met haar eigen problematiek en heeft geen woning. Dat betekent dat [minderjarige] niet bij haar kan wonen. De moeder is de afgelopen periode onbereikbaar geweest voor de gecertificeerde instelling, de groep en de gemeente en er is geen zicht op haar actuele situatie. Het is van belang dat [minderjarige] zich de komende periode aan de afspraken gaat houden en dat gekeken wordt wat er nog geregeld moet worden voordat zij in [maand] 18 jaar wordt.
5.3.
De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de resterende duur van zes maanden.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 10 oktober 2026;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 10 oktober 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026 door
mr. E.E. Schotte, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. V.A.H. Schoorl als griffier,
en op schrift gesteld op 29 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.