Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:11189

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
9 mei 2026
Zaaknummer
C/09/698783 / JE RK 26-171
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelbeschikking correctie ondertoezichtstellingstermijn minderjarigen

De rechtbank Den Haag heeft op verzoek van de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden een herstelbeschikking gegeven ter correctie van een kennelijke schrijffout in de beschikking van 27 maart 2026.

In de oorspronkelijke beschikking was abusievelijk vermeld dat de ondertoezichtstelling van de minderjarigen liep tot 27 maart 2026, terwijl dit volgens de overwegingen in het lichaam van de beschikking een termijn van een jaar betrof. De rechtbank stelde vast dat deze fout evident en eenvoudig te herstellen was en dat het in het belang van de kinderen was om dit spoedig te doen.

Op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering werd de beschikking hersteld zodat het dictum nu correct vermeldt dat de ondertoezichtstelling loopt van 27 maart 2026 tot 27 maart 2027. De rest van de beschikking blijft ongewijzigd en de beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank herstelt de beschikking door de ondertoezichtstelling te verlengen tot 27 maart 2027 en verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: JE RK 26-171
Zaaknummer: C/09/698783
Datum verbetering: 8 april 2026

Verbetering van een beschikking

Bijlage bij de beschikking van 27 maart 2026,gegeven op 8 april 2026
in de zaak waarin op 27 maart 2026 een beschikking is gegeven en uitgesproken, op verzoek van:
de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden(hierna te noemen: de Raad),
waarin als belanghebbenden zijn aangemerkt:

[de vader],

hierna te noemen: de vader,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.W. Morot te Amsterdam,

[de moeder],

hierna te noemen: de moeder,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.D. Verwoerd te ’s-Gravenhage.
En waarin als informant is aangemerkt:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het bericht van 30 maart 2026 van de gecertificeerde instelling.

Verzoek en verweer

In het bericht van 30 maart 2026 wordt gevraagd om een herstelbeschikking af te geven, nu in het dictum van de beschikking van 27 maart 2026 is vermeld dat de ondertoezichtstelling loopt tot 27 maart 2026, terwijl dit 27 maart 2027 moet zijn.
Omdat de schrijffout in de beschikking evident is en het in het belang van de kinderen is om deze schrijffout zo spoedig mogelijk te herstellen, is aan partijen geen gelegenheid geboden te reageren op het verzoek van de gecertificeerde instelling.

Beoordeling

De kinderrechter stelt vast dat in het dictum een verkeerde datum is vermeld, nu in het lichaam van de beschikking is overwogen dat de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar wordt uitgesproken.
Nu gebleken is dat de beschikking van 27 maart 2026 een kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare schrijffout bevat, dient die beschikking op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te worden verbeterd zoals hierna weergegeven.

Beslissing

De rechtbank:
verbetert voormelde beschikking van 27 maart 2026 in die zin dat het dictum komt te luiden:
De rechtbank:
stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van 27 maart 2026 tot 27 maart 2027 onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
handhaaft de beschikking van 27 maart 2026 voor het overige.
De beschikking van 27 maart 2026 is hersteld door mr. A. Emmens, kinderrechter, bijgestaan door mr. M. Meijer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 april 2026.