ECLI:NL:RBDHA:2026:11105
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Gambiaanse man wegens onvoldoende geloofwaardigheid seksuele gerichtheid
Eiser, een man van Gambiaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, nadat hij vluchtte vanwege mishandeling door zijn vader en broer vanwege zijn relatie met een man en het niet volgen van de Koranschool.
De minister wees de aanvraag af omdat het asielmotief betreffende seksuele gerichtheid niet geloofwaardig werd geacht en er geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer was. De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden van eiser, waaronder een medisch advies over hoofdpijn en een verklaring van een logopedist over stotteren, maar dat dit stotteren het vermogen om te verklaren niet aantoonbaar beïnvloedt.
De rechtbank vindt de verklaringen over de seksuele gerichtheid onvoldoende samenhangend en aannemelijk, mede omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn vader op de hoogte was van zijn relatie. De mishandeling door vader en broer bestond ook al voor de relatie. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag.